Foutmelding

Deprecated function: implode(): Passing glue string after array is deprecated. Swap the parameters in drupal_get_feeds() (regel 385 van /customers/6/1/e/alaindebbaut.be/httpd.www/includes/common.inc).

Ich war ein Berliner

Ik had intussen wel wat Europese (hoofd)steden bezocht, maar was oostwaarts nog nooit verder gereisd dan Keulen. Nu dan eindelijk een week Berlijn, in een late Drang nach Osten.

Logeren deden we in een vakantiewoning in Dallgow-Döberitz, een dorp net buiten de stad, waar we herzlich verwelkomd werden door eigenares frau Ramm, en door twee slakken op ons terras die we meteen Fränk en Andy doopten. Kazerneachtige huizen staan er in het groen, langs straten met kasseien nog. De al even vriendelijke en ietwat oudere vrouw in het postkantoortje, bij wie ik dagelijks mijn Kleingruppenkarte kocht (15,50 euro voor 5 personen, voor een hele dag trein, tram, bus en metro in groot-Berlijn), vertelde me dat Dallgow Oost-Duits was geweest en er nog tot in 1989 Russische soldaten gekazerneerd waren. Vanop het kantoor van haar eerder werk had ze over het IJzeren Gordijn het westerse Spandau kunnen zien liggen. Die Wende had een onuitwisbare indruk op haar gemaakt. Ze nam een trek van haar sigaret, zweeg en zag opnieuw de duizenden mensen voor zich die, naar ze vertelde, met hun hebben en houden in gammele Trabantjes eind 1989 in de straten van Dallgow-Döberitz stonden te wachten op het opengaan van de grens.

De geschiedenis van de 20ste eeuw slaat je in je gezicht, overal waar je komt in Berlijn. Wat moeten zij niet aan zich hebben zien voorbijtrekken, heb ik mij meermaals afgevraagd toen ik hoogbejaarde Berlijners voor me zag zitten in de metro of in een koffiebar in de omgeving van de Alexanderplatz. Je kan er niet naast de oorlogen van de vorige eeuw en hun gevolgen. De geschiedenis ligt er op straat. Letterlijk, in kleine koperen tegeltjes van amper vijf op vijf centimeter op het voetpad: hier woonde Jood x, daar Jood y, afgevoerd en omgebracht in kamp z. Het overrompelende Denkmal für die ermordeten Juden Europas, meer dan tweeduizend zwartgrijze betonnen blokken van wisselende hoogte, op een golvende grond, waar je nu eens boven kan uitkijken en dan weer tussen wordt opgeslokt. En dat in het centrum van de stad, op 200 meter van de Brandenburger Tor, een ‘dure’ plaats waar in andere steden projectontwikkelaars hun slag zouden mogen slaan. Een beklijvende openluchttentoonstelling over de opkomst en repressie van het nazisme langs de voormalige kelders van de gebouwen van de Gestapo (in het meest duistere Duits Topographie des Terrors geheten) met bovengronds een rest Berlijnse Muur. En het pakkende staaltje architectuur dat Daniel Libeskind aanbouwde aan het Judisches Museum, met een Holocaust-Turm en Exilgarten. Geen muur, geen gang, geen vloer recht. Het effect er een van vervreemding en misselijkheid.

Veel open ruimte (de tol van de verwoeste stad). Veel groen. Een comfortabel en punctueel openbaar vervoer en dus weinig autoverkeer. Geen zwerfvuil. Bij een plastic flesje water van amper 19 cent (in de lokale Aldi) betaal je 25 cent surplus aan statiegeld. Inwisselen lukt overal. Je kan je afvragen waarom dat bij ons in België niet lukt...

Veel kunst ook, moderne kunst. De lijst van wat we in min of meerdere mate bezochten is lang: de Neue Nationalgalerie (een gebouw van Mies van der Rohe met een tijdelijke tentoonstelling met werken van na 1945), het Museum für Gegenwart in het Hamburger Bahnhof (met een overrompelende Anselm Kiefer en de onvermijdelijke Joseph Beuys), maar ook het Käthe Kollwitzmuseum, de Caspar David Friedrichs in het Altes Museum, Nefertete en de papyri in het Neues Museum, en het Pergamonmuseum. Ikzelf nam er nog het museum van Die Brücke bij, de kers op mijn Berlijnse museumtaart, terwijl mijn huisgenoten het bij de panda’s in de Zoologischer Garten hielden. Tussendoor wilden we ook nog wel eens halt houden in een winkel met skateboards, mutsen, petten en andere hippe kleren, in een koffiehuis of een restaurant én aan een Joodse begraafplaats waar het zo hard regende dat ik geen keppeltje diende op te zetten, maar de kap van mijn regenjas volstond om binnen te mogen. Een bezoek aan de koepel van de Reichstag met het zonnige (endlich Sommer!) zicht op deze stad in volle verbouwing rondde de week af.

Moe gelopen. Harde schijf meer dan vol. Deels onuitwisbaar. ‘Berlin ist ganz toll’, om het met frau Ramm te zeggen. Of ‘flippig’ = ‘tof’, ‘buitengewoon’. Van de omweg langs het Bauhaus in Dessau (er een koffie gedronken en een boek gekocht), en het blitzbezoek van anderhalve dag aan Documenta in Kassel hier niets meer. Es war genug.

PS. De twee slakken Fränk en Andy waren na drie dagen plots van ons terras verdwenen en werden daarna niet meer gezien.