Foutmelding

Deprecated function: implode(): Passing glue string after array is deprecated. Swap the parameters in drupal_get_feeds() (regel 385 van /customers/6/1/e/alaindebbaut.be/httpd.www/includes/common.inc).

Laudatio Nelly Maes

Begin september mocht ik in mijn geboortestad Sint-Niklaas bij de uitreiking van de Vredesprijs van de stad aan Nelly Maes de laudatio uitspreken. Dat burgemeester Lieven Dehandschutter daarvoor bij mij terecht kwam, had alles te maken met het feit dat ik in 2013 onder de titel ‘Ongebonden best’ de biografie van deze oud-politica schreef. Op vraag van een aantal aanwezigen plaats ik de uitgesproken rede hier op mijn blogsite.

“Vredesprijzen zijn geen vanzelfsprekende prijzen. Ten bewijze daarvan: sinds het ontstaan van de Nobelprijs voor de Vrede in 1901 ging deze jaarlijkse onderscheiding soms naar betwistbare individuen. Denk aan Henri Kissinger – als nationaal veiligheidsadviseur onder president Nixon ‘architect’ van massale bombardementen op Vietnam en Cambodja, tot de realiteit op de grond hem aan de onderhandelingstafel bracht. Denk aan Yasser Arafat, leider van een terreurorganisatie, of vorig jaar nog, Abiy Achmed, de premier van Ethiopië die nu de oorlogstrom roert. Van alle laureaten waren er bovendien maar 17 vrouw, en meer dan 80 man. Dat zou tot de conclusie kunnen leiden dat mannen veel vredelievender zijn dan vrouwen, vijf keer meer zelfs. Dan pakken ze het in mijn geboortestad Sint-Niklaas anders en beter aan (niet alleen op dat vlak trouwens). Niemand contesteert de laureaat van vandaag. Integendeel: de jury was unaniem. En bovendien blijken alle prijswinnaars hier tot op heden vrouw te zijn!

Wat we niet mogen vergeten is dat de aanleiding voor het instellen van deze vredesprijs de bevrijding is van de stad door Britse en Poolse soldaten, op 9 september 1944. Voor Sint-Niklaas was de Tweede Wereldoorlog toen afgelopen. Voor vele anderen, mogen we evenmin vergeten, nog niet: een groot deel van Nederland bleef nog de hele winter onder het nazi-juk, er zou nog een Ardennenoffensief volgen, een hevige strijd om Berlijn en de oorlog in de Pacific (what’s in a name), met uiteindelijk twee atoombommen. Nelly is een kind van deze oorlog. Geboren in februari 1941 voert ze in haar memoires die ik mocht redigeren haar eerste herinneringen terug op die heftige bevrijdingsmaanden van eind augustus en september 1944 en de politieke en persoonlijke afrekeningen na het vertrek van de Duitsers. Het einde van een oorlog mag dan wel vrede heten, vrede is daarom nog geen garantie voor vrijheid. Dat heeft ze in haar kinder- en jeugd jaren zelf kunnen vaststellen, zowel in eigen land als en in de internationale politiek, waarvoor ze als pienter kind dat ver voorbij de kerktoren van Sinaai keek een grote interesse ontwikkelde.

Ze groeide op met in haar omgeving de littekens van collaboratie en repressie. Er was de strijd rond invoering van de parlementaire stemplicht voor vrouwen in 1948 (met socialisten die hiertegen gekant waren). Er was de koningskwestie, die het land op de rand van een burgeroorlog bracht, de schoolstrijd in het begin van de jaren 1950, de oorlog in Korea en Indochina, de brutale repressie van opstanden tegen het dictatoriale communisme in Oost-Duitsland in 1953 en vooral Hongarije in 1956. Er was Kongo en het fiasco van de dekolonisatie, met Boudewijn en Lumumba als protagonisten. Vrede in 1944 betekende, ik herhaal het, niet automatisch ook vrijheid. Net als voor de vrede, moest ook voor die vrijheid worden gestreden. En daar is Nelly heel straf in gebleken.

Bevrijding heette in de decennia na WOII ook emancipatie. Komt van het Latijn. Mancipium is een slaaf, een onzijdig woord (nu noemt men dat genderneutraal…), letterlijk een handvat, een verlengde van je eigen hand – om het werk te doen. Emancipatie betekent dat je uit een toestand van onvrijheid vrij wordt. En in de jaren 1950 en 1960 viel er wel wat te emanciperen! En toen ging vrijheid nog over fundamentele zaken (ik kom er straks nog op terug), zoals: bevrijding van het juk van de kerk en de soms verstikkende stolp van het katholiek onderwijs en de verzuiling. Vrijheid van vrouwen om hun eigen keuzes te maken inzake studeren, werken en seksualiteit. Dat mannen dit niet altijd verwelkomden ervoer ze toen de socialist Louis Major haar als kersvers parlementslid – we schrijven 1972 – toesnauwde dat – en ik citeer – “wijven niet geen complimenten dienden te maken”.

De Vlaamse Beweging die na WOII volop worstelde met de erfenis van een zwart verleden, kende een doorstart met de oprichting van de Volksunie in 1954, de Vlaamse Volksbeweging en de Marsen op Brussel. Deels bedoeld als belangenvereniging van mensen die tijdens de jaren van repressie terecht of onterecht met de Belgische justitie in aanraking waren gekomen, groeide de VU als anti-establishmentpartij ook uit tot een vrijhaven voor progressieve en soms flamboyante activisten zoals Nelly. Ze ging voor in menige strijd. Ongebonden best. Voor vrouwenrechten. Tegen milieuvervuiling en voor een betere ruimtelijke ordening – lang voor er van een groene partij sprake was. Voor een sociaal Vlaanderen. Tegen de oorlog in Vietnam en de kernwapenwedloop (waaraan ze de geuzennaam Rode Nelly overhield). Tegen achterkamertjespolitiek en corruptie. Voor meer Vlaamse bevoegdheden en een eigen Vlaams parlement. Voor het zelfbeschikkingsrecht van regio’s in heel Europa. Voor een eerlijke internationale politiek en bijvoorbeeld de rechten van de zwarte bevolking in Zuid-Afrika. Dat botste dan weer met de Protea-Vlamingen in haar en andere partijen die de apartheid verdedigden.

Niet iedereen in de Vlaamse Beweging en de Volksunie stelde haar progressief activisme dus op prijs. Het zou met name de rechterflank van haar partij zijn die haar liever kwijt dan rijk was – ook in haar eigen Waasland – en haar het ministerschap van ontwikkelingssamenwerking niet gunde toen die kans zich voordeed in de regering Martens VIII in 1988. In haar plaats werd de minder inspirerende, maar partijgetrouwe André Geens voorgedragen. Toen in 1990 de abortuswet diende gestemd te worden, sloot Nelly zich als enige uit haar partij – consequent in haar strijd voor het zelfbeschikkingsrecht van vrouwen – aan bij het in het parlement voorgelegde wetsvoorstel van de Waalse socialist (!!) Roger Lallemand en liberale Lucienne Herman-Michielsens. Goed dat er toen nog geen ‘social media’ bestonden om haar af te maken. Het leverde haar enkel wat voorspelbaar scheldproza op in ‘t Pallieterke en wat viezigheid in de brievenbus en aan de deurklink van haar auto.

In 1991 stapte de Volksunie uit de Belgische regering na discussies over door de regering gemachtigde wapenleveringen van FN aan Koeweit, enkele maanden na de 1ste Golfoorlog. Om dit ‘probleem’ op te lossen, zouden wapenleveringen daarna een bevoegdheid van de deelregeringen worden. Vlaanderen had op die manier niets meer te zeggen over het Waalse FN. Nelly’s pacifistische grondhouding bracht haar ertoe om de schouders te zetten onder de oprichting van een Vlaams Vredesinstituut. Dat resulteerde in 2004 in een paraparlementaire instelling ‘voor vrede en geweldpreventie’. Nelly werd er de eerste en vanzelfsprekende voorzitter van, tot 2015.
Ze toonde in haar dagelijkse politieke praktijk aan dat een strijdbare houding, met respect voor de democratie en de instellingen, een bij de bevolking breed gedragen en gewaardeerde keuze kan zijn. Als we het leven een koers mogen noemen, zouden we het met de woorden van net-niet-Sint-Niklazenaar José De Cauwer kunnen zeggen, in zijn dagelijkse commentaar bij de grote wielerronden: “Geef haar de prijs van de strijdlust!”
Ik citeer Edmund Burke, een 18de-eeuwse conservatieve filosoof die ook terug te vinden is op het nachtkastje van de Grote Leider uit Antwerpen – een citaat dat ik als devies voor mijn eigen blogsite heb gekozen: “But what is liberty without wisdom and without virtue? It is the greatest of all possible evils.” Geen vrijheid zonder wijsheid, zonder verantwoordelijkheid dus. Nu, in onze verwende en vermoeide Westerse wereld, lijkt de discussie over vrijheid vooral nog te gaan over een pint bier op café, een reis naar het buitenland of het mogen dragen van een naveltopje op school. Nu, als leerlingen van 17 het mij en vele anderen zo dierbare begrip ‘vrijheid’ slechts weten te vatten in het putje van hun navel, dan moeten we misschien samen met Herman Van Rompuy in een interview in De Morgen van vorig weekend eens diep ademhalen, en zelfs zuchten.

Nelly heeft haar strijd altijd in wijsheid en met verantwoordelijkheidszin gevoerd, met ‘wisdom’ en ‘virtue’, 40 jaar lang zelfs, op de bühne van alle mogelijke politieke theaters:
- als gemeenteraadslid in Sint-Niklaas tussen 1970 en 2010
- waarvan 6 jaar als schepen van cultuur en ontwikkelingssamenwerking, van 1989 tot 1995 – naar eigen zeggen datgene wat ze het liefst gedaan heeft
- als Federaal parlementslid in de jaren 1971-1978 en 1985-1991
- als Senator in 1981-1985 en 1991-1995
- als Vlaams parlementslid in 1995-1998
- en als Europees Parlementslid in 1998-2004

Wat dit laatste betreft: ze ontpopte zich van bij haar aantreden in geheel eigen stijl tot de kwelduivel van de commissie en legde ze met hulp van ambtenaar-klokkenluider Paul Van Buitenen en collega-parlementslid Bart Staes de corruptie bloot van Europese Commissarissen als Edith Cresson, een Franse socialiste uit de stal van Mitterand. Wat leidde tot het ontslag van de voltallige commissie in 1999. Faut le faire… Ook was ze een tijdlang voorzitster van de Europese Vrije Alliantie, de fractie van alle Europese regiopartijen in het parlement.

Ik zou nog een tijd kunnen doorgaan met deze ‘laudatio’, maar ik eindig met een strijdbaar citaat van de grote 20ste-eeuwse Engelse én marxistische historicus Eric Hobsbawm, een van de grondleggers van de ‘social history’. De slotzin van zijn memoires luidt, en het zou ook jouw levensmotto kunnen zijn: “Still let us not disarm, even in unsatisfactory times. The world will not get better on its own.” De wereld wordt niet vanzelf beter. De wereld kan ook vandaag nog vele Nelly’s gebruiken. Proficiat met deze prijs. En proficiat voor je aangehouden inzet en je niet aflatende engagement. Het zal voor dit stadsbestuur moeilijk worden om volgend jaar beter te doen.”