Asperges op Vlaamse wijze

Dit behoort tot de zeldzame geneugten van mijn culinaire leven: in de maand mei ergens asperges op Vlaamse wijze gaan eten, met een goed glas witte wijn erbij, eventueel vergezeld van wat krielaardappeltjes in de schil. Het water komt me al in de mond terwijl ik dit schrijf. En altijd denk ik dan aan Samuel IJsseling, de op 12 mei laatstleden overleden professor en filosofiegrootheid, met wie ik in 1998 het genoegen had om in een restaurant in de schaduw van de Sint-Laurentiuskerk dit gerecht te eten, in een gezapige maar onvergetelijke tête-à-tête.

Hoe dat zat? Zeer onder de indruk als ik was van zijn publicaties, en dan vooral het onovertroffen Apollo, Dionysos, Aphrodite en de anderen, waarin hij de Griekse godenwereld trachtte te vertalen naar de hedendaagse filosofie van Nietzsche, Heidegger en Derrida, had ik hem een briefje geschreven. Of hij bereid zou zijn om met de leerlingen Grieks van het vijfde en zesde jaar van gedachten te wisselen over de inhoud van het boek (dat ik de leerlingen had doen kopen en lezen). Ik kreeg per kerende antwoord, in een handschrift dat al even bescheiden bleek als de man zelf. Zijn briefje koester ik al een bijzonder kleinood en ik citeer het graag helemaal: “Het doet me genoegen met u en met uw leerlingen van gedachten te wisselen over mijn boek over de Griekse goden en eventueel over het interview in De Morgen waarop u zinspeelde in uw brief. U kunt op mij rekenen op woensdag 22 april en ik zal met de trein aankomen te Lokeren om 10.06u. Met vriendelijke groet, Samuel IJsseling.”

Hij, professor met een indrukwekkende staat van dienst, met boeken die nog altijd niets hebben ingeboet aan waarde en betekenis (waarin hij de fascinatie met de eenheid, voor het destructieve monotheïsme, verruilt voor een veel heilzamer pluralisme, en dus – Grieks geïnspireerd – polytheïsme), en met een aureool van wijsheid zoals maar weinigen dat hadden, schreef dat het hem genoegen deed om met mij en mijn leerlingen van gedachten te wisselen? Nooit had ik gedacht dat hij op mijn verzoek zou zijn ingegaan, om van zijn professorenstad Leuven naar een provincieschooltje te komen, om voor leerlingen van 17 jaar en hun leraar te spreken. Zielsgelukkig dat ik was, als een kind in een snoepwinkel, en vereerd! Ik weet nog dat ik hem opwachtte in het station, met hem tussen de kramen door naar school liep en in de mediatheek twee lesuren lang luisterde hoe hij geduldig en dienstbaar zijn filosofische inzichten aan de leerlingen probeerde over te brengen. Een van de meest memorabele momenten van mijn lerarencarrière.

Mijn directeur had ik achteraf van mijn afspraak op de hoogte gebracht, en hij had eens sceptisch naar mij gekeken en gefezeld dat dit toch wel een elitaire sessie was, een initiatief voor een klein groepje ‘Grieken’, en dat andere leerlingen het zonder deze ‘kers op de taart’ moesten stellen. Maar, grootmoedig als hij tegelijk kon zijn, bood hij me dan maar aan om op kosten van de school met IJsseling een kleinigheid te gaan eten bij de lokale horeca. Een kans die ik natuurlijk niet kon laten liggen. En IJsseling, hij ging toen voor asperges op Vlaamse wijze en een fles witte wijn. En wie was ik om hem ook daar niet in te volgen?

Volgen doe ik hem intussen al vele jaren, ook in filosofisch opzicht. Zijn boeken staan achter me in mijn boekenkast, geven me ruggensteun. Heidegger – denken en danken, geven en zijn. Filosofie en retoriek (dat ik nu niet meer terugvind, en ergens kwijt moet zijn geraakt). Het hierboven genoemde Apollo, Dionysos c.s. Drie godinnen Mnemosyne, Demeter, Moira. Macht en onmacht.

Wat mensen ‘waarheid’ noemen, was in zijn ogen een beweeglijke zwerm van uitspraken die nooit tot een definitieve eenheid te brengen is. Hij zag het leven als een geschenk. We maken onszelf in veel mindere mate dan we plegen te denken (Wir kommen nie zu Gedanken, Sie kommen zu uns was het motto van zijn Heideggerpublicatie). Hij hield een pleidooi voor ontvankelijkheid en gelatenheid, voor veelheid en openheid. Een verhaal dat ik ook lees bij en hoorde van filosoof Ton Lemaire, met wie ik ooit in de Dordogne een memorabele dag beleefde. Maar dat vertel ik later nog wel eens. Eerst ben ik, na een overigens stresserende veertiendaagse met proefwerken in Gent, toe aan een bord met een pluraliteit aan asperges, en hef ik met een diepe buiging het glas op Samuel IJsseling.