Villa politica

De kans dat ik over mijn nog recente politieke ‘carrière’ ooit door Linda De Win zal worden geïnterviewd is nihil. Daarvoor is de reikwijdte van en mijn eigen rolletje op het lokale speelveld veel te klein. Maar toch nodigt de jaarwende uit om in de achteruitkijkspiegel het achter de horizon weggezonken jaar nog snel te overschouwen. Villa politica op zijn Lokers, vanop de banken van de gemeenteraadsoppositie. Groot nadeel is dat je de sleutels van het beleid niet in handen hebt en je meestal tegen massieve poort van het meerderheidsgelijk aanbotst, maar je kan zo wel vrij spreken, en daar hou ik van. The duty of his majesty’s opposition, is to oppose. Zoiets. Hier mijn jaaroverzicht dus.

1. Mijn allereerste tussenkomst: de in mijn ogen zotte aankoop van een ‘shelter’ om bij feestelijke gelegenheden een deel van de Markt te kunnen overkappen. Tweehonderdduizend euro voor een alleen maar op die ene locatie heel soms te gebruiken zeil? Vind ik heel veel (teveel) geld. Wat hebben verenigingen en sociale organisaties over heel Lokeren, die hun middelen steeds moeilijker bijeen geschooid krijgen, daar nu aan? En dat terwijl je bovendien nu, in de winter, niet naast die paar daklozen kan kijken die onze stad intussen ook ‘rijk’ is. Als er zijn die echt een ‘shelter’ nodig hebben, dan zij wel.

2. Dan de oude discussie rond de Lange Kantwegel, een historische voetweg tussen Staakte en Oudenbos. Buurtbewoners boden aan het onderhoud, zoals maaien, zelf te doen, maar vingen al jaren bot bij de bevoegde schepen. De boeren van aanpalende akkers ploegden hem ook wel eens mee voor nog een extra rij varkensmestzieke maïs, waardoor er nauwelijks nog een doorkomen aan was. Enzovoort. In mei ben ik er met twee vrouwelijke schepenen gaan wandelen (moet een vreemd zicht geweest zijn) om hen te wijzen op problemen en mogelijke oplossingen, en voorwaar, in juni kwam er een doorbraak. De vzw Durme, met haar grote expertise in behoud van natuurwaarden, kreeg het beheer van de voetweg in handen. Waarmee nog niet alle problemen van de baan zijn. De berm kalft op sommige plaatsen gevaarlijk af en de kleine landschappelijke elementen in de buurt verdwijnen in snel tempo. Als het zo doorgaat, kan het woord ‘bos’ in Oudenbos over enkele jaren zelfs geschrapt worden. Hoe dan ook, volgend jaar wandelen we hem feestelijk in bij de Dag voor de Trage Wegen. Hoop ik toch. En dit is nog maar een begin voor het verhaal van de trage wegen in Lokeren.

3. In de flow van de (intussen tijdelijk blijkende) voetbalsuccessen van Sporting Lokeren dook het gerucht op dat het aanpalende park met vijver plaats zou moeten maken voor een extra, noodzakelijk geachte parking. Ik was verrast toen ik, gealarmeerd door enkele mails van bezorgde buren, op het terrein poolshoogte ging nemen: ik zag een zeer mooie vijver, omzoomd met bomen, een landschappelijke en waterbuffer tussen het voetbalstadion en de Daknamse meersen! Een fourageplaats voor onze ooievaar! Een opportuniteit, mits een klein beetje onderhoud! Mijn droom: bos, vijver en het pad dat zich rond de vijver slingert opnemen in een landschapspark, ten bate van trainende voetballers of recreanten, het weze wandelaar, visser of jogger. De schepen zou deze ‘piste’ onderzoeken. Benieuwd.

4. Verkeer en ‘verkeerd’, wat scheelt het? Neem nu de nieuwe en voor overstekende fietsers veel te smalle middenberm ter hoogte van de Sterrestraat (oversteken aan de N47 is trouwens voor fietsers nergens een pretje). Nog afgezien van de automobilisten die zeer inventief maar even gevaarlijk de berm proberen omzeilen. Een schoolvoorbeeld van gebrekkig overleg tussen stad, gewest en bewoners. Zorgt een nieuw circulatieplan met eenrichtingsverkeer in aanpalende straten wel voor enig soelaas, maar dan wordt deze plus weer teniet gedaan door slechte aanduiding van voorsorteerstroken in de Hovenierstraat. Fietsers zijn daarbij andermaal de pineut. Geen fietssluis of afgeschermde strook. Wie van die kant van Lokeren richting centrum moet (en omgekeerd), riskeert er dagelijks zijn hachje, rammelt verder van zijn fiets over de slecht liggende kasseien en riskeert zich te versukkelen in de zoveelste verzakking. Beloften worden wel gemaakt om hieraan te verhelpen, maar in de trage praktijk verandert er weinig. En als ik dan een opmerking maak over de algemene staat van fietspaden, zoals langs de Rozenstraat, waar bij regenweer het onderscheid tussen rijbaan en fietsstrook verdwijnt, dan gaan de armen van het bestuur in de hoogte, want dat is, joepie voor hen, een gewestweg, en dus is de stad niet bevoegd en kan er niets aan gedaan worden. Paraplu’s open, case closed.

5. Veiligheid is een zaak van overheid, politie én burgers. Zou je denken. En als burgers aan de politie voorstellen doen om inbraken op te lossen, zou die politie hen dankbaar moeten zijn. Zou je denken. Maar niet in Lokeren. Een hallucinante zaak werd me gesignaleerd door het slachtoffer van een inbraak, die met kennis van het uur van het misdrijf, met een goede persoonsbeschrijving van de daders en de hen gebruikte vluchtweg (te voet) de politie de suggestie deed camerabeelden te bekijken in de buurt van het station. Het botte antwoord van de sheriff: “Het station telt ongeveer 10 camera’s voor toegangscontrole, de tijdsvork binnen dewelke wij dienen te zoeken is dermate groot en de kans dat de daders voor het betreden van de gefilmde zones van kledij wisselen is reëel, hetgeen maakt dat visionering van al deze camerabeelden onbegonnen werk betekent.” Voilà. Betaalt de Lokeraar zich blauw aan intussen meer dan 70 stadscamera’s en blijken het er teveel te zijn om te ‘visioneren’. Hallo daar? Een voorstel om nauwer met burgers samen te werken? Weggelachen door het stadsbestuur, dat alleen maar gewonnen bleek voor dergelijke initiatieven in mei 2012, een paar maanden voor de verkiezingen. En verder, dixit beleid, moeten de burgers zich maar aanmelden op de facebookpagina én op het Twitteraccount van de Lokerse politie (dat laatste met amper een duizendtal volgers, een paar honderd minder zelfs dan mijn groene fractieleider Björn Rzoska). Daar heeft mijn bejaarde smartphoneloze buurvrouw nu eens een boodschap aan! Zucht.

6. Ergernis was mijn deel nog over een omzeggens geëuthanaseerde milieuraad, die nochtans een sterke rol zou kunnen spelen in het verduurzamen van Lokeren in het licht van (letterlijk te nemen) een zuinig energiebeleid en het ondersteunen van transitie-initiatieven van onderuit. Quod non.

Dat waren zo de voornaamste items van mijn politieke activiteit van het afgelopen jaar. Er was nog meer, natuurlijk, maar laten we het hier op houden. En waar ik volgend jaar zeker werk van zal maken, naast de opvolging van het bovenstaande: de stedelijke antwoordplicht op bezwaren bij openbare onderzoeken van ruimtelijke ordening. De bevoegde schepen mag dan wel graag bij herhaling stellen dat zijn domein een glazen huis is, ook bij glazen huizen moeten zo nu en dan de vensters gepoetst worden, wanneer gebrek aan transparantie dreigt. En dat lijkt me bij deze het geval te zijn. Werk dus aan de winkel. Laat 2015 maar komen. Deze glazenwasser is er klaar voor.