En breng ons niet in beproeving

Het Midden-Oosten staat in brand, de gruwel regeert er en spat dag na dag van het televisiescherm. Hier herdenken we overal te lande de begindagen van de Eerste Wereldoorlog, die dus blijkbaar toch niet alleen de oorlog van achter de IJzer was. Geert Bourgeois mocht en mag, eerst als minister van Vlaams toerisme en nu als minister-president, dan wel als een echte commerçant van de Groote Oorlog graag en vooral het (West-)Vlaams leed (en zichzelf) promoten, ook in Wallonië was de oorlogstol hoog, voor burgers én militairen. En dat op 22 augustus 1914 op één dag 42.000 soldaten sneuvelden in vooral Belgisch Luxemburg was voor mij nieuw. Ik zag in Luik, Bergen en Dinant Franse en Duitse presidenten en een Engelse kroonprins het hoofd buigen, maar Geert was in geen Waalse velden te bespeuren. Druk bezig allicht met de besparingen te vinden die u en ik de volgende jaren zeker zullen voelen. Ik heb trouwens één tip in dat verband: schaf de geldverslindende verzuiling van onderwijsnetten en overheadkosten (Guimardstraat c.s.) in het onderwijs af, en investeer het vrijgekomen geld in kleinere klassen en kwaliteit van opleiding en taalonderricht.

Te midden van al de huidige en vroegere gruwel kwam dan het bericht dat een commissie van Nederlandstalige theologen na lang beraad (alhoewel, in kerkelijke context is veertig jaar niet meer dan een ademtocht) de vertaling van een zinnetje van het Onzevader had gewijzigd. “En leid ons niet in bekoring” zal met ingang van 1 december “En breng ons niet in beproeving” worden. Voorwaar. Ik die altijd gedacht had dat we om Gods hulp vroegen tegen de natuurlijk-menselijke aandrang om gretig in de wereldse snoepjestrommel te graaien. Om niet te zondigen tegen het zesde en negende gebod, bijvoorbeeld (geen onkuisheid begeren en doen). Niet dus. Een eerste gedachte die bij me opkwam, en allicht niet bij mij alleen, was of er nu echt niets dringender op de Roomse agenda stond. Maar wat rondlezen bracht me tot inzicht, of, om het toepasselijk te houden, de Heilige Geest daalde over me neder. Het Griekse woord ‘peirasmos’ uit het Onzevader (cf. Mattheüs 6,9-13) wordt in andere Nieuwtestamentische contexten gebruikt voor de beproeving die Jezus met zijn nakende kruisdood heeft te doorstaan (zo Lucas 22,28). Beproeving heeft hier te maken met het betalen van een (in het geval van Jezus zware) prijs voor zijn geloof, in tijden waarin dat geloof maatschappelijk op niet al te veel begrip kan rekenen. Hoon, spot, discriminatie en zelfs de dood waren de eerste christenen deel. Als een gelovige dus bidt: “En breng ons niet in beproeving”, dan vraagt hij aan God om hem nooit in die situatie te brengen dat hij voor zijn geloof op de proef gesteld wordt en er zelfs zijn leven voor moet geven.

En dit is actueler dan aanvankelijk gezucht. De nieuwe vertaling met bijhorende interpretatie riep meteen gedachten op aan de vervolgde christenen in onder andere Irak en Syrië. Voor je geloof door een verbijsterende tsunami van geweld tot het uiterste gedreven worden met verdrijving, slavernij en dood kan je bezwaarlijk een bekoring noemen. Te zien en te lezen hoe de eeuwenoude, heel verscheiden en min of meer tolerante cultuur van het Tweestromenland wordt verengd tot een fundamentalistisch moslimkalifaat doet me zeer tot diep in mijn christelijke wortels. Bij het woord ‘kalifaat’ dwaalden mijn gedachten trouwens tot voor kort eerder af naar de pikante verhalen van Duizend en één Nacht, met kalief Harun al-Rashid, dan naar de huidige jihadisten. Hoe dan ook, een Onzevader in wat voor vertaling dan ook zal tegen deze heerschappen niet volstaan. “Verlos ons van het Kwade”, op eender welke wijze zelfs, lijkt daarom een niet meer dan logische aanvulling bij de ‘beproeving’ van het vorige vers.