Klein verzet

De broosheid van mijn lichamelijk bestaan manifesteert zich de laatste tijd meer en meer in mijn kraakbeenloze knieën. Gehurkt met de stofzuiger de pluizen in de kleinste kieren van mijn werkkamer te lijf gaan, vorige woensdag, bekocht ik met plotse stekende pijn in de linkerknie. Stappen was hinderlijk, schakelen in de auto lukte moeilijk en fietsen durfde ik niet uit schrik voor nog meer kwelling. Toen ik zaterdag voorzichtig opstond en de pijn merkwaardig genoeg achterwege bleef, waagde ik het er op om toch maar om mijn kranten te fietsen in Gent. De weg heen met meewind, peddelend met een klein verzet, de weg terug, met forse tegenwind uit het noordoosten (koud bovendien) twee tanden kleiner. Tijdens die twee uur trappen bleef de kniepijn achterwege en daarna was ze zelfs grotendeels verdwenen en nog slechts een vaag zeurende herinnering. Het moet dat klein verzet geweest zijn dat er voor gezorgd had dat mijn gewrichten opnieuw in de juiste plooi waren gevallen. Klein verzet dat ik trouwens in menig opzicht koester.

Ik zie rondom mij dierbaren die de ketting met gemak op het buitenblad konden leggen en een groot verzet duwden in leven en werken. Soms fluitend, met de wind in de rug. Vaak ook tegen de wind in, zoals die in dit vlakke, soms al te vlakke land onvermoeid kan waaien. In de overtuiging dat dit ongebreideld beuken loont, voor zichzelf of voor de werkgever of voor de organisatie waarvan men deel uitmaakt. Met een straffe en ontembare wil, loyaal en nog hoger schakelend zelfs als de omstandigheden dat vroegen. Rechtstaand op de trappers. Tot ze uitgewaaierd werden uit het peloton van de koers van het leven, en leeggereden aan de kant moesten. Ik herken dit. Ik heb dat peloton al enkele jaren laten rijden, en weet intussen dat ik op eigen tempo wel achter kom. Met mijn klein verzetje. En wil me intussen in liefde en vriendschap ook en net daarom ontfermen over wie ik langs de kant van de weg zie staan. Veel meer dan wat goede raad, om kleiner trappend door het leven te leren fietsen, kan ik evenwel niet geven. En een duwtje in de rug.

Dat klein verzet is me ook dierbaar in de keuzes die ik sinds kort moet maken op het politieke toneel als lid van de lokale gemeenteraad. Wat dat doet met een mens om te mogen meedraaien op het gemeentelijke forum? Het is vooral wennen aan de vanzelfsprekendheid waarmee beslissingen worden genomen, en tien- en zelfs honderdduizenden euro’s passeren zonder fundamentele discussie. Ik kan me voorstellen dat mensen die al vele jaren meedraaien in dit systeem zich nog nauwelijks vragen stellen bij, en zich neergelegd hebben bij de evidentie van, maar ik had het daar op mijn eerste echte gemeenteraad van april laatstleden moeilijk mee. Zo heb ik me verzet tegen het voornemen van het stadsbestuur om een shelterzeil te kopen om bij enkele feestelijke gelegenheden een deel van de markt te kunnen overkappen. Hun motivatie: we maken het 'evenementenplein' zo nóg gezelliger. Mijn bezwaar: 200.000 euro voor een alleen maar op die ene locatie heel soms te gebruiken zeil is wel heel veel geld en wat hebben verenigingen en sociale organisaties over heel Lokeren, die hun middelen steeds moeilijker bijeen geschooid krijgen, daar nu aan? Maar we waren met Groen de enigen die zich vragen stelden bij deze ‘zotte kost’. Een afwijkende en niet eens valse noot in het eentonig getoeter van de bestuurlijke feestfanfare, vond ik. Maar ook de krachten van de verandering bleven liever bij het oude en het rozerode socialisme sprong dit keer niet mee (dat zou enkele dagen later, in Gent op 1 mei, pijnlijk anders zijn) en keurden lekker eensgezind met de meerderheid de aankoop van het tentzeil goed. Zelfde scenario bij het voornemen om 6000 euro (of ruim een vijfde) af te romen van de speeltuigmiddelen van de jeugddienst om de private concessie van het café in de molenaarswoning op te leuken met een speeltuin naast het caféterras. En nog zo een en ander. Ook hiertegen ons klein verzet. Tegen de wind van ‘brood en spelen’, van dure vanzelfsprekendheden en goedkoop populisme in. In de hoop dat het ooit loont.