Pandora en het paradijs

Een paasvakantie achter de rug en nog enkele schoolweken te gaan. Straks zal ik tot mijn groot genoegen nog eens mogen grabbelen in de rijke verhalentrommel van de Griekse oudheid en mijn luttele leerlingen Grieks vertellen over Pandora en haar zogenaamde doos. Eerst didactisch verantwoord vragen wat ze van deze mythe afweten. Hun voorzichtige antwoord ken ik al: dat het over een vrouw gaat die vanwege de goden op Prometheus werd afgestuurd om hem te straffen voor zijn ijdelheid en overmoedige drang om hen inzake onsterfelijkheid te evenaren. Met een doos, gevuld met onheil, en met hoop die er in achterblijft nadat ziekten en rampspoed over de aarde zijn uitgezwermd. Dan zal ik vragen hoe ze zich die doos voorstellen en waar de hoop op slaat. En ze zullen het antwoord schuldig blijven, omdat ze daar nog niet eerder hadden over nagedacht. Zo gaat het al enkele jaren.

En dan zal ik met hen het verhaal helemaal opnieuw lezen, in de oorspronkelijke taal, zoals het door Hesiodus zo’n 2700 jaar geleden werd verteld. Ik zal hen laten zien dat die doos bij hem geen doos heet, maar kruik, en dat de hoop blijft zitten achter de lippen van die kruik. En wanneer ik hen zal suggereren dat het hier om wel erg vrouwelijke metaforiek gaat, zullen ze blozen. De hoop die in de kruik achterblijft, is er een op onsterfelijkheid door kinderen te krijgen. Een andere hebben we nu eenmaal niet in het verschiet. Tenzij je Hesiodus heet, of recentelijk Gabriël Garcia Marquez, wiens Honderd Jaar Eenzaamheid hem heel zeker nog honderden jaren onsterfelijkheid zullen opleveren.

Prometheus wou goddelijk zijn, en dus onsterfelijk? Wel, hij kreeg door de goden een vrouw aan huis bezorgd. Haar naam een verwijzing naar de gaven (dora) die ze van alle (pan) goden had meegekregen: een wondermooi uiterlijk, een zoete stem en grote sluwheid. Een femme fatale, kortom, aan wier charmes geen man zou kunnen weerstaan. En zo geschiedde: Epimetheus, broer van Prometheus, die zelf niet thuis was toen deze beauty aanbelde, liet zich, zoals te verwachten, door haar verleiden, met voor de mensheid kwalijke gevolgen.

Maar waarom dan al die plagen en ziekten? De vrouw is natuurlijk in de vrouwonvriendelijke oudheid wel vaker een vehikel van het kwaad en verleidster van mannen. Denk aan Helena of de Homerische Sirenen. Maar de boodschap in het verhaal is dat de Prometheïsche man bergen wil bestormen, steile ambities heeft, zich god wil kunnen wanen, maar dat om hem terug naar de aarde te halen, hem te binden aan de werkelijkheid van elke dag er een vrouw nodig is (en kinderen). Versta: alleen wanneer je onsterfelijkheid betracht, word je geconfronteerd met het soms pijnlijke besef dat je ‘maar’ mens bent, dat ziekte en kwalen om de hoek loeren die ‘in stilte ’s nachts over de aarde zwerven’, in de woorden van Hesiodus. Ons verlangen naar onsterfelijkheid vindt alleen vervulling in de schoot van een vrouw. En zoals onze zelfs onvermoede voorouders in ons voortleven, zo ook wij misschien – bij gratie van onze eigen kroost – in latere generaties.

Een analoog verhaal in het boek Genesis, over Adam en Eva in het aards paradijs. Hun wereld een waar paradijs, tenminste zolang bij hen niet de drang opwelt om van de vrucht van goddelijke kennis te eten, zoals Jahweh het uitdrukkelijk had verboden. Een beetje zoals twee gelukzalige panda’s die in hun Pairi Daiza voor weinig anders aandacht dienen te hebben dan voor bamboe en elkaar. Maar een mens is nu eenmaal geen panda, en verbieden maakt nieuwsgierig. Wanneer Eva Adam verleidt om van het goddelijke fruit te proeven, slaat de erfzonde toe en gaan de Bijbelse poppen aan het dansen. ‘Nu gingen hun beiden ogen open en zij ontdekten dat zij naakt waren’, staat er te lezen. Waarna op bevel van Jahweh een engel met een vlammend zwaard hen het paradijs uit jaagt.

Wie volmaakt wil zijn, beseft al gauw pijnlijk dat dit hem of haar niet gegeven is. Wie de perfectie betracht, kan niet anders dan zich schamen over de eigen onvolmaaktheid. De verteller achter Adam en Eva wil ons in dit zogezegd oeroud verhaal iets belangrijks duidelijk maken. Van wat ons paradijs zou kunnen zijn, een geestelijke en lichamelijke comfortzone, een leven in tevredenheid met wie we zijn en wat we hebben, maken we vaak een hel, voor onszelf en elkaar. Niets geen paradijs meer. Het volstaat om de televisie open te zetten voor het journaal om te weten dat noch de Griekse mythe van Pandora, noch de oudtestamentische Adam en Eva aan betekenis hebben ingeboet. En dat deze verhalen allesbehalve saai zijn en leerlingen kunnen helpen zichzelf (en ook anderen) te aanvaarden zoals ze zijn. En om een beetje paradijs op aarde waar te kunnen maken. Daarom hou ik ervan ze te vertellen. Al was het maar om mezelf aan hun boodschap te blijven herinneren.