Een nieuwe lente, een oud geluid

Het gaat hard deze dagen. Zo hard dat mijn hoofd soms amper kan volgen. En dan heb ik het niet over de zomertemperaturen van gisteren en vandaag. Ik had in de grote vakantie van vorig jaar mezelf voorgenomen om het wat rustiger aan te doen. En dus ontslag gegeven als voorzitter van Groen Lokeren en wat afstand genomen van de politiek. En me ingeschreven aan de universiteit om een lang gekoesterde droom waar te maken: geschiedenis studeren, om wat meer achtergrond te hebben bij de redactionele verantwoordelijkheid die ik draag voor de jaarboek van de Oudheidkundige Kring van het Land van Waas. En natuurlijk ook omdat het me interesseerde.

Ik dacht zachtjes te beginnen, met vier vakken in dit academiejaar. Twee in het eerste, twee in het tweede semester. Nog netjes te behappen. En in januari examen afgelegd, met succes. Ecologische geschiedenis viel goed mee (15/20), Vroegmoderne Tijden was nipt (11/20, maar ik hoorde achteraf dat slechts een derde slaagde, dus niet treuren). En nu dus geschiedenis van de Nederlanden en Historiografische Tendenzen. Kon ik de eerste twee vakken daadwerkelijk volgen, voor die van nu moet (mag) ik vertrouwen op de notities van enkele zeer bereidwillige oud-leerlingen. Niet vanzelfsprekend, maar best uitdagend.

Dat politiek verlof dat ik mezelf gegund had, loopt echter deze maand onverwacht af. Gedaan met de politieke winterslaap. Een sp.a-gemeenteraadslid verhuist richting Haspengouw en zijn eerste opvolger, ook van de sp.a, heeft bedankt voor de eer. Gevolg is dat de bal nu in mijn kamp komt te liggen. En dat ik op 24 maart de eed afleg in de Lokerse gemeenteraad. Een verrijzenis, kan je zeggen met wat gevoel voor drama. Voor Groen een opportuniteit, dat op die manier de balans in het kartel kan doen overhellen van twee naar drie zetels (terwijl sp.a van drie naar twee gaat). Weigeren? Geen haar op mijn hoofd dat daaraan gedacht heeft. Neen, je neemt je verantwoordelijkheid, ook voor die 415 kiezers die me in oktober 2012 een voorkeurstem gaven. En eigenlijk vind ik dit nu ook wel interessant, zeker omdat er nog ruim vier jaar te gaan zijn tot de volgende gemeenteraadsverkiezingen. Geeft tijd om iets op te bouwen. Biedt kansen om wat aan de lange termijn te werken.

Hoe dan ook, het gaat hard dus. Harder dan ik vorig jaar deze tijd had kunnen denken. Voltijds lesgeven en bijkomende verantwoordelijkheden, plus de dagelijkse huishoudelijke sores van een gezin, plus een historisch jaarboek redigeren, plus studeren (weliswaar vanop afstand), plus een politiek mandaat, plus … De lente kondigde zich de voorbije dagen hevig aan. Mijn lente ook, besef ik (al had ik eind vorig jaar soms eerder al een uitgezomerd gevoel). Daarom goed dat het deze week vakantie was, met tijd en ruimte voor totaal andere dingen, zoals een dagje Brussel (Zurbaran en – prachtig – Borremans) en de schrijnwerker helpen bij het leggen van een valse plafond. En wat fietsen (als je nu niet fietst, wanneer dan wel?). Alleen, lezen lukt niet meer, op de donderdag-, vrijdag- en zaterdagedities van NRC-Handelsblad en de Groene Amsterdammer na. Ik zal even moeten ophouden boeken te kopen, want ze stapelen zich hier steeds hoger op. Hopelijk blijft er nog genoeg tijd om zo nu en dan wat te schrijven. We zien wel, zeker?