Nenia voor Rolf

Goede vriend (zo begon je altijd jouw mails aan mij),

Dit bericht had ik nooit willen lezen. Ik heb het geopend, en weer gesloten. En weer geopend. En gezien dat het er nog was. En geweend tot ik niet meer zag wat er stond. Maar tranen wissen de werkelijkheid natuurlijk niet weg.

Ik leef deze dagen gebogen. De bel heeft geklonken. Ik zie me voor de klas staan, onze klas. Onze foto op de muur geprojecteerd. Bij het borstbeeld van Multatuli in Amsterdam. Multatuli (ik hoop voor jou van niet, op je laatste fietstocht). Een voor een waaien de herinneringen binnen. Ze zijn met velen, zoeken zich een plaats, het is drummen. Sommige ingetogen, andere stormachtig (bij dit weer) en uitbundig. Zoals herinneringen zijn. Dertig stoelen slechts voor dertig jaren. Ik kijk ze een voor een aan. Op de eerste rij al enkele hele oude. Ik zie quizzen van de Wase Persclub waarvoor je de vragen opstelde en die je presenteerde, in Sint-Niklaas. We wonnen net niet, Walter, Yves, Luc en ik, jonge snotneus die ik was, met ons bescheiden ploegje ‘Dommer dan je denkt’. Ik lach om Temse Velle, waar je toen woonde met Martine. Ik kwam langs vanuit Sint-Niklaas, dronk een halve Duvel (je had er maar één in huis) en reed je brievenbus omver toen ik met mijn fiets van je paadje afsukkelde. Ik kon toen nog niet zo tegen drank. We kwamen niet meer bij. Er was ons trouwen, waar jullie mee feestten, met als geschenk een zilveren coctailshaker die ik nooit gebruikte en in de kast al bijna 25 jaar wacht op een glansbeurt. De talrijke gezamenlijke klasweekends, in Ronse, Westmalle of Merelbeke. waarbij ik eens een kortere weg wou nemen en mijn schoenen verspeelde in de modder. En jij plezier! En discussies, weet ik nog, zoals over de gelaagdheid van Eco’s Naam van de Roos, waarbij we in een soort van intellectuele competitie als jonge honden over elkaar rolden en elk dachten dat we gewonnen hadden. Alsof er iets te winnen viel. De lang verhoopte geboorte van je drie kinderen, Jeroen, Jade, Nan. Een vegetarische lasagne op ons appartementje in Sint-Niklaas: een versie van Komen Eten, vóór men hiermee slechte televisie begon te maken, met een niet zo erg gelukt menu weliswaar, maar de wijn maakte veel goed. Je hield van een goed glas, kende wel wat van wijn, en dan mocht het eten tegenvallen. Je schreef een boek. Over Willy Vandersteen. En ik dus met jou mee in de kelders van de universiteitsbibliotheek van Gent om oude dag- en weekbladen door te nemen op zoek naar cartoons.

Papoea Nieuw-Guinea wenkte voor een reis in de broeierige brousse – wat was het filmverslag, vertoond in onze leraarskamer, ontluisterend – en later dat schooljaar, het was een eerste mei, weet ik nog, een telefoontje van Martine, dat je met malaria opgenomen was in het hospitaal. Filmfora natuurlijk. Vier films per jaar die we, toen Herman met pensioen ging en ik zijn uren esthetica overnam, samen kozen en waarvoor we afspraken maakten. Goede afspraken bij een etentje: jij twee, ik twee. Jij soms drie, en ik maar eentje, en dit jaar, omdat ik het zo druk had met van alles, koos jij ze maar meteen allemaal. Niet erg, vond ik, en ik legde me graag neer bij jouw neus voor goede films. En zeker niet te vergeten: het Informatieblad van de school. Jij maakte het tot wat het nu is. Meer dan twintig jaar was je hoofdredacteur, en ik jouw secondant. Samen artikels schrijven, samen correcties doen van drukproeven, in het salon van de school of bij jou thuis in Temse. En lachen om en ons ergeren aan dezelfde schoolse dingen, aan slecht schrijvende collega’s onder andere, en aan beslissingen die we zelf beter hadden genomen. Heroïsch, die vergaderingen van de redactie in jouw salon en met jouw zwarte reuzenhond buiten in de donkere gang, tot groot verschiet van wie naar het toilet moest. Je lachte graag, en spotte nog liever. Met mijn biologische groentenpakketten of groene kampeerplannen, bijvoorbeeld. En ik noemde jou dan terugplagend ‘tsjeef’. En jij dan een paar dagen boos, echt of gespeeld, wist ik (geschrokken) even niet. Maar we hadden elkaar voor zovele zaken nodig, dat dit boos zijn nooit lang duurde.

Leerlingen die bij mij hun hart kwamen luchten over jou, en vonden dat je streng, te streng was. En ik dan sussen en zalven. “Hij bedoelt het goed, grote mond, klein hartje. En je zal zien, dat komt wel goed. Doe tenminste een inspanning, dat apprecieert hij wel.” En zo geschiedde. Op deliberaties kwam je op voor jouw leerlingen, als ze maar een beetje goede wil hadden getoond. Zo hoort het voor de goede leraar die je was (ik krijg het koud van deze verleden tijd). Achteraf beklaagden die leerlingen zich jouw strenge lessen alleszins niet bij hun studies in het hoger onderwijs of aan de universiteit. En gelukkig bleef je leraar toen je ambitie om directeur te worden een knauw kreeg. Jij vond het erg, voelde je ‘gepakt’, maar ik was eerlijk gezegd blij en heb je dat ook gezegd. Ik zou je als collega (toen al) te zeer gemist hebben.

We bezochten samen tentoonstellingen, in Oostende, Gent, Brussel of Amsterdam, met of zonder leerlingen. Altijd boeiend, altijd stof voor gesprek. Ik was net nog in Rotterdam, voor Kokoschka. We zouden het er na de vakantie over hebben, hadden we afgesproken. Je hebt nu wel zwijgend met me meegelopen langs die kunstwerken, maar daar houdt het nu bij op en het valt me zwaar. Naar Brussel in je splinternieuwe Jaguar waarmee je graag eens snel optrok om indruk te maken op mij, die nooit verder gekomen was dan een Fiatje of een Citroën Berlingo. Met je handschoentjes aan. Heel verfijnd. Naar een voorstelling in het Vlaams Parlement, was het, van een feestexemplaar van Het Liegend Konijn, een poëzietijdschrift. Je hield heel erg van poëzie, las veel, wist veel. Van Claus vooral. Maar ook van vele andere schrijvers van over de hele wereld, en altijd had je een uitgesproken mening. Carlos Fuentes, Mario Vargas Llosa, Cees Noteboom, John Coetzee, Ezra Pound, om maar enkelen te noemen. Vorige week nog samen over Catullus, en het Pervigilium Veneris. Niemand op school zo belezen als jij. In je bibliotheek de boeken twee, drie rijen dik. En van elk gelezen boek noteerde je nauwgezet de gegevens. Je leende trouwens ook nooit een boek uit, zelfs niet aan mij, en lachte me dan elke keer uit wanneer ik sakkerde dat ik er een kwijt was door het uit te lenen aan ik wist niet meer wie. Die lach mis ik nu al en straks nog meer.

Restaurant Bollywood in Amsterdam. De verre en exotische reizen waarover je vertelde. De verhuis van je boeken van Velle naar de Stationsstraat in Temse. Het opruimen van je zolder toen je vandaar opnieuw verhuisde naar Velle, in een nieuw gebouwd huis. Je boterhammen die je soms bij ons thuis kwam opeten. De telefoontjes als je dringend iets moest zeggen of vragen, ook al zagen we elkaar ’s anderendaags wel op school. De soms grove grappen die je smakelijk als geen ander kon vertellen. De grote mond en directe taal, die ik wel kon hebben, maar waar sommigen het soms zichtbaar moeilijk mee hadden. Maar ook je emoties toen je vertelde hoe pech je kinderen de laatste tijd achtervolgde, en hoe je daar als bezorgde vader onder leed. En toen ging in juli ook je eigen vader. Het heeft je hart dat het al eerder zwaar te verduren kreeg, geen goed gedaan. Maar je voelde je goed, zei je. Moe, dat wel, maar góed. Je fietste graag en lette op je voeding, en, Spanje zou deugd doen, zei je, toen we afscheid namen op school, vrijdagavond.

Ik leef deze dagen gebogen en denk aan Martine, aan je kinderen, je oude moeder (‘reverently, passionately waiting for the miraculous birth’, in dat gedicht van Auden dat je zo mooi vond). De vreselijke bel heeft geklonken. En de herinneringen blijven maar komen. Dertig stoelen slechts voor dertig jaren. Bij lange na geen plaats genoeg in wat voor altijd onze klas zal zijn. Maar het zijn ook alleen maar herinneringen, en dan die foto op de muur. Schimmen van een nu voorbij leven, met onvermijdelijk vager wordende contouren. Niets meer dan dat. En zo, terwijl ik dit denk en schrijf, besef ik dat ik je nu dus nooit meer echt zal zien, nooit meer echt zal horen. En dit had ik nooit willen denken. Dit had ik nooit willen schrijven.

Alain – 29 oktober 2013