Sint-Niklaas mon amour

Iets minder dan een half leven geleden verhuisde ik van mijn geboortestad Sint-Niklaas naar Lokeren. De huurtermijn van mijn appartementje aan de achterzijde van het station was afgelopen en bijtekenen zag ik niet zitten. In Lokeren had ik mijn liefde gevonden, ik werkte er en had het leren kennen als een vriendelijk provincienest, vriendelijker alleszins dan het Sint-Niklaas van die dagen, met meer groen, met een Durme die de stad ruimte gaf, en met mensen die de ‘vreemdeling’ die ik was (en Sint-Niklazenaar bovendien) van in het begin met open armen hadden ontvangen.

Sint-Niklaas was anno 1989 een dorre stad. Mijn jeugdige drang om de wereld te verbeteren botste er geen klein beetje met de zelfgenoegzaamheid en de materialistische, ‘stoeferige’ ingesteldheid van velen van mijn stadsgenoten, in het dagelijks leven en in de politiek. En ik hoor nog altijd iemand zeggen dat er in Vlaanderen twee steden waren waar Wereldwinkels maar geen voet aan de grond kregen: Lier, en Sint-Niklaas. In Lokeren daarentegen trof ik het prettig kleinschalige en het open denken dat ik in Sint-Niklaas zo miste. En zo verdween dat ‘stenen’ Sint-Niklaas beetje bij beetje van mijn radar, afgezien natuurlijk van de familiale banden die ik er had, en raakte mijn kijk op de wereld ‘verlokerst’.

Intussen gaat de slinger van mijn waardering stilaan de andere richting uit. In Sint-Niklaas zie ik een doorgedreven beleid dat op duurzaamheid inzet, met allerlei groene initiatieven die de steun krijgen van het stadsbestuur en ambtenaren, waaronder enkelen met Lokerse roots (een groene braindrain!). Ik bezocht er onlangs het vernieuwende en succesvolle ‘Coup de Ville’, een stadstentoonstellingsproject dat inzet op de onvermoede rijkdom van het centrum en waarmee Stef Van Bellingen de stad artistiek op de kaart blijft zetten. En ik mag zeker het dynamische bestuur van de Oudheidkundige Kring niet vergeten, waarvan ik blij en vereerd ben deel uit te maken. (Als kind van de buurt trok ik spurtjes over de kasseien van de Zamanstraat, waar de Kring zijn zetel heeft, en in de aanpalende museumtuin bloeien nog altijd mijn jeugdherinneringen.) De erfenis van het Shoppingcenter, een vergiftigd geschenk uit het Willockx-tijdperk, die zich bijwijlen de Mitterand van het Waasland waande, mag dan nog altijd wegen op de buurt waar ik opgroeide, tussen Ankerstraat en Stationsstraat, ik geloof nogal in het pas aangetreden nieuwe, atypische stadsbestuur van N-VA met groen en rood. Een politieke constellatie van mijn hart (en verstand).

Het schrijven van de memoires van Nelly Maes leerde me trouwens dat zij als schepen in de jaren 1990 de bakens heeft helpen verzetten om de stad op cultureel vlak te maken tot wat ze nu is. Tussen haken: de warme ontvangst op het stadhuis bij voorstelling van het boek over Nelly twee weken geleden, en de waardering die me daarbij (andermaal, zoals ook telkens bij de voorstelling van het Jaarboek van de Kring) te beurt viel, doen nog altijd deugd…

Natuurlijk woon en werk ik graag in Lokeren en zijn er de vele vrienden, kennissen en collega’s. Ik citeerde voor de grap ooit Plutarchus, een Griekse schrijver uit de 1ste eeuw n.C., die ironisch schreef over het stoffige nest Thebe waar hij woonde: “Het is een kleine stad, maar ik blijf er wonen om te beletten dat het nog kleiner wordt.” Maar nu zie ik hier, als iemand die vele jaren dicht bij de ontwikkelingen op maatschappelijk en cultureel vlak heeft gestaan, meer en meer de arrogantie en de cynische zelfgenoegzaamheid van de macht, waarvoor ik in 1989 de Sint-Niklase deur achter me dicht trok, en bloedt mijn hart. Mensen die zich jaren hebben ingezet, als ambtenaar of in stedelijke adviesraden of het diverse verenigingsleven, worden nodeloos geschoffeerd, of genegeerd. Er is amper oog voor nieuwe maatschappelijke en duurzame ontwikkelingen. Werken met minder evidente doelgroepen wordt tegengewerkt of financieel drooggelegd. Een vriendjescultuur van ons kent ons, waarbij familiale, politieke of zakenrelaties primeren, woekert in het stedelijk weefsel. Dat het water van de Durme in het centrum van Lokeren niet meer stroomt, maar stilstaat en bij momenten op een gistende poel lijkt, mag een passende metafoor heten voor deze vorm van besturen.

Gelukkig is er de onvermoeibare veerkracht van een geëngageerd sociaal, cultureel en groen middenveld, dat ondanks alles schitterende kleinschalige initiatieven doet opbloeien. En dan onze burgemeester vorige week maar toeteren in de pers dat hij stopt als parlementslid (na 18 jaren van Brusselse onzichtbaarheid) om zich nu ten volle aan zijn “stad van meer dan 40.000 inwoners” te kunnen wijden, nog zo’n stadhuisfetisj waarbij kwantiteit verward wordt met kwaliteit, en de dienstverlening of pakweg de mobiliteit in en rond Lokeren al lang niet meer kunnen volgen. Moeten we nu blij zijn met deze ‘retour à Lokeren’ van F.A.? Als hij zijn uittredingsvergoeding van ruim 300.000 euro zou aannemen (en ik heb daar vandaag nog geen tegenberichten over gehoord), kan ik hem wel een paar suggesties te doen voor een zinnige besteding dicht bij huis. Noden genoeg in dit door hem zo bejubeld en geliefd Lokeren. En zelf wil ik vooralsnog niet gaan zoeken op de Sint-Niklase woningmarkt.