Zwijgen is goud

Geprezen zij de man of vrouw die niets te zeggen heeft, en desondanks zwijgt. De relevantie van deze boutade bleek de voorbije dagen nog maar eens toen enkele sporticonen uitspraken meenden te moeten doen over homoseksualiteit. Ze weten er helemaal niets van af, ze willen er zeker ook niets mee te maken hebben, stel je voor, maar kunnen er toch niet over zwijgen. Vreemd is dat, en ergerlijk bovendien.

Oud-voetballer en voetbalanalist (neen, geen flauwe woordspeling) Johan Boskamp ergens begin augustus: “Ik heb ook nooit een homo meegemaakt in al mijn jaren als speler en trainer. Al mijn medespelers waren hartstikke gezond.” Hij wou hiermee zijn Nederlands voetbalvriendje René Van der Gijp, ooit nog derderangs bij Sporting Lokeren, bijspringen die had georakeld: “Voetbal is geen sport voor homo’s. Als je homo bent, dan ben je op je veertiende wel klaar met voetbal. Dan ga je gewoon in een kapperszaak werken. Dat is gewoon waar.” Je houdt dit niet meer voor mogelijk, hier, in deze contreien, anno 2013. Het enige waarvoor deze uitspraken nog deugen, is als voorbeeld van drogredenen in mijn lessen retoriek, straks in september. Voor het overige zijn ze kwalijk en schadelijk te noemen, en getuigen ze van een dogmatische achterlijkheid die je eerder verwacht van een bebaarde shariafanaat. Zou een carrière lang op balletjes koppen dan toch schadelijk zijn voor de hersenen? ‘Beertje’ Boskamp moet hoe dan ook achteraf wat geschrokken zijn van de impact van zijn woorden, want daarna mompelde hij (doet hij altijd trouwens) in de pers iets van dat hij drie kennissen had die ook zo waren, dat het allemaal verkeerd was begrepen en dat hij niemand had willen schofferen, enzovoort, enzovoort. Bang om in de toekomst uit de praatbarak van Extra Time te worden geweerd?

Van een veel vileinere soort waren de woorden van Russisch polsstokspringster Yelena Isinbayeva, op de persconferentie na haar gouden medaille op de wereldkampioenschappen atletiek in Moskou, vorige week, over hetzelfde onderwerp: “If we allow people to promote and do all this stuff on the street, we are very afraid about our nation because we consider ourselves like normal, standard people. We just live with boys with woman, woman with boys. It comes from history. We never had any problems, these problems in Russia, and we don’t want to have any in the future.” Dat is duidelijk: volgens haar bestond ‘this stuff’ in Rusland vroeger niet, bestaat het nu niet, en als het ‘probleem’ al zou bestaan in de toekomst, dan laten ze het gewoon niet toe, want dan is de veiligheid van de staat in het geding! Een politieke carrière aan de zijde van tsaar Poetin wenkt! Haar ster mag deze winter als Poetins sportambassadrice trouwens al schitteren op de Spelen in Sochi! Als het klimaat aan de Zwarte Zee niet mee wil, zullen Poetin en de zijnen het wel doen vriezen… Dat doet het nu al in heel Rusland, voor veel mensen. Achteraf probeerde ze haar kromme gedachten een beetje recht te praten door te verwijzen naar haar gebrekkige kennis van het Engels (‘my ass’, denk ik dan gepast). Haar terugkrabbelen zou wel eens eerder te maken kunnen hebben met de internationale afkeuring van haar uitspraken en de problemen die dat voor haar portemonnee oplevert wanneer ze de volgende maanden haar status van sportvedette in het Westen wil komen verzilveren, dan met oprecht schuldbesef.

Een gouden medaille voor zwijgen heeft zij in elk geval niet behaald… Laat Boskamp c.s. het dus bij voetbal houden, en Isinbayeva bij haar stok. Toegegeven, de wereld heeft het nu eenmaal lastiger om te zwijgen, dan om domme dingen te zeggen. Daarom nogmaals, omdat ik het zo’n mooie vind: geprezen zij de man of vrouw die niets te zeggen heeft, en desondanks zwijgt. Maar tegen domme uitspraken als hierboven moeten we luid onze stem (blijven) verheffen en is zwijgen schuldig verzuim.

P.S. Ik ken niets van polsstokspringen. Een beetje opzoekwerk leerde me dat het is ontstaan in streken met veel weiden doorkruist door sloten, waar de noodzaak bestond om stoksgewijs van de ene wei naar de andere te wippen. De oude Grieken kenden deze discipline niet. In Griekenland heb je nu eenmaal geen weiden met sloten errond. Maar in 19de-eeuws Engeland wel. En van polsstokvér kwam polsstokhoog. We kunnen ons voorstellen hoe een boerenjongen ooit over een iets hoger opgeschoten struik in de gracht wou, of het hek van de naburige boer, en dit uitgroeide tot vertier in Midsomer County, en zo verdwaalde op het programma van de veredelde Highlandgames van baron de Coubertin. Lange tijd was deze sport het monopolie van mannen. Olympische vrouwen mogen pas sinds 2000 aan de stok. Dat recent vooral Russen hier in uitblinken, heeft misschien te maken met hun kinderdromen om over het IJzeren Gordijn te kunnen wippen. Maar dat dit ietwat bizarre onderdeel niet zonder risico's is, mag duidelijk zijn. Want, wie hoog wil springen, kan nu eenmaal diep vallen... Dat weet Yelena Isinbayeva nu ook.