Van wijn één druppel

Intussen is het stof van het onderwijshervormingsdebat opnieuw gaan liggen. Politici, de onderwijskoepels, het bedrijfsleven, de vakbonden, allen rolden ze voor de ogen van heel Vlaanderen over elkaar heen. Uiteraard allen heel deskundig. Die ene dappere leraar die van Kathleen Cools in de studio van Ter Zake zijn twijfels bij al die onderwijsmetafysica mocht verwoorden, herstelt nu nog altijd van de manier waarop Mega-Mieke van de Guimarrdstrraat over hem heen denderrde. Hij had het echt niet goed begrrepen en zag het uiterraarrd verrkeerrd.

Inzet van de recentste discussies? Een plan, dat in de beste Platoonse traditie werd uitgetekend door de pedagogen-koningen van onze samenleving, gelegitimeerd door zichzelf en hun gelijken en gehuld in de nevels van de onderwijs-Olympus. Een plan dat geen leraar of leerling ooit te zien had gekregen, maar zo te horen en te lezen vanuit zijn volmaaktheid dringend aan uitvoering toe was. En dan geeft men die uitvoering vervolgens in handen van een minister die dronken van dadendrang tot nu toe in zijn beleid weinig verder kwam dan het schrappen van de studietoelagen van enkele duizenden sukkelaars die hun aanvraag iets te laat hadden ingediend? Die dus nu dringend en springerig aan de wereld moest bewijzen dat hij een waardige dienaar van het Hogere Belang is? Hoe onvolmaakt dat volmaakte toch! Dit kon niet goedkomen, al zeker niet wanneer de kennis van het Hogere Belang in Vlaanderen al een tijdje het monopolie is van Hem, wiens naam voor velen geheiligd is en wiens rijk voor velen snel mag komen. Als Hij neen zegt, is het neen. In 2013 of in 2016, maakt niet uit. Tegen die tijd schrijft Smet, let op mijn woorden, ‘strafwerk’, ergens in Europa of bij de OESO. Zoals dat gaat met gebuisde politici van grotere partijen.

En nu? Het schooljaar sleept zich naar zijn einde. De leraar die ik ben kan niet anders dan zich bij het controleren van notities, het afnemen van examens en het delibereren van leerlingen de vraag stellen of hij er als leraar voor die leerlingen toe gedaan heeft, en beleeft zijn zoveelste eindeschooljaarblues. De laatste lessen waren er, zoals elk jaar, van afscheid nemen en laten gaan. Er zijn natuurlijk leerlingen die ik liever al vroeger had zien vertrekken, maar er is altijd wel die ene klas of klasgroep of leerling die je het genoegen van de job gaf, en waarvan het afscheid daarom zwaarder valt. Ik vertelde enkelen van het klontje suiker dat een goed leraar (als ik dat al was) zou kunnen zijn in hun grote levensbeker met warme drank. Je lost op, verdwijnt, en laat een lange vage smaak na van verzoeting. Zoiets. Zelf had ik het geluk om in mijn jonge jaren, in het college van Sint-Niklaas en aan de universiteit in Gent, les te krijgen van een paar leraren die nu nog mijn leven verzoeten. Ik noem ze, honoris causa: Werner Stuyven, vier jaar lang mijn leraar Grieks en nog veel meer in het college van Sint-Niklaas; Danny Knecht, die me aan de universiteit Vergilius leerde lezen; Roger Thibau die me op het einde van mijn tweede kandidatuur vaderlijk een spiegel voorhield van de bleke student die ik toen was.

Ik lees, of beter, herlees een gedicht. Van Jan Hendrik Leopold (1865-1925), romantisch classicus en schrijver van verheven verzen waarmee ik als 17-jarige hoog opliep. Met als titel Oinou ena stalagmon, van wijn één druppel. Een gedicht, ingegeven door de gedachte dat een druppel geplengd in de grote oceaan, alle wateren van de wereld kleurt, verandert en tot een nieuw kosmisch evenwicht doet komen. Leopold zag het soms groot (maar schreef ook heel intimistische gedichten). In een tweede strofe beschrijft hij hoe een appel die onbereikbaar hoog in Sappho’s boom de plukkers uitdaagt, uiteindelijk valt en de aarde heel eventjes uit haar lood slaat, waarna ook daar het evenwicht zich herstelt. Ik hou van deze beelden. Een leraar als één druppel rode wijn die de zeeën van zijn leerlingen kleurt, of als de vallende zoete appel die hun aarde even doet beven. Het stelt amper wat voor, maar kan toch genoeg zijn om in hun leven iets te betekenen. Los van alle hervormingsdrift blijft dit voor mij de essentie van mijn lesgeven.