Verjaardagsmuzen

Er zijn prettige en minder prettige manieren om zich bewust te worden van de voortschrijdende jaren, waarbij het begrip ‘leeftijd’ geleidelijk kan ingeruild worden voor ‘ouderdom’. Mijn kinderen tellen hun jaren nog in lentes, ik al in nazomers. Ik voel dagelijks mijn knarsende knieën zonder kraakbeen en de weerspannige rugspieren. Ik zie in de spiegel naast horizontale nu ook verticale rimpels op mijn voorhoofd verschijnen. Nog even en mijn gezicht nodigt uit tot het spelen van een spelletje oxo. In mijn geheugen boren zich gaatjes van vergeten. Vorige vrijdag zag ik drie oud-leerlingen, van vorig schooljaar nog maar. Van twee kon ik me de naam niet meer herinneren, en de derde noemde ik, ik weet niet meer hoe ik er bij kwam, Nathan. Tien minuten na ons afscheid kwamen hun namen plots bovendrijven, en wist ik dat Nathan Aaron moest zijn. Het wordt pijnlijk, zo.

Tot de meer prettige momenten van ouderdomsbesef reken ik de verjaardagen van mijn kinderen. Vorige week werd mijn huisdochter achttien (‘volwassen’, in haar eigen bewoordingen), deze week mijn jongste zoon (het –tje mag stilaan weg) dertien. De terugblik op hun geboorten, nu eenmaal onvermijdelijk bij het vieren van verjaardagen van kinderen, en de groeiende afstand in tijd stemmen melancholisch, maar gelukkig.

Ik denk dan aan de dichter Hesiodos en de berg Helikon, waar hij 27 eeuwen geleden zijn geiten hoedde en, zoals hij beschrijft in zijn Theogonie, een onverwachte verschijning kreeg van maar liefst negen jongedames. Muzen, dochters van Zeus. Het feit dat onze herder zich na vele maanden afzondering weelderig en veelvuldig vrouwen begon te dromen, kan een beetje man zich moeiteloos inbeelden, maar het vervolg van het verhaal is vrij braaf. De Muzen, afgedaald van de top van de heilige berg om Hesiodos te ontmoeten, hadden een ietwat raadselachtige boodschap voor hem: “We weten vele leugens te vertellen die gelijken op de waarheid, maar kunnen, als we dat willen, ook vele ware verhalen brengen.” Daarna stopten ze hem een klimopstaf in de handen en droegen hem op om dichter te worden, tot meerdere eer en glorie van henzelf en de goden.

Een bevreemdende tekst, met een al even bevreemdende boodschap. Behalve wanneer we ons realiseren dat deze negen Muzen niet alleen een vrolijk rondvogelende vader (Zeus), maar ook een moeder hebben. Haar naam is Mnemosyne, Herinnering. Heel betekenisvol. Muzen zijn immers graag geziene gasten op feesten, met o.a. dans (Terpsichore), muziek (Erato) en verhalen (Kleio). Ze zijn er om enerzijds de dagelijkse sleur te doorbreken en de drukke en drukkende werkelijkheid even te doen vergeten (met ‘vele leugens die op de waarheid gelijken’ – denk maar aan het genoegen om in de wereld van een goed boek op te gaan, of meegesleept te worden door een mooie melodie), maar helpen ons evenzeer om het verleden levend te houden, en voeden ons met herinneringen, getuigenissen, ‘ware verhalen’.

Een mooi voorbeeld daarvan de met liefde en zoete mijmering vertelde geboorteverhalen bij de verjaardagen van kinderen. De kloof tussen dit verleden en het vooruit hollende heden mag dan voor ouders elk jaar groter worden, de Muzen helpen ons geheugen een feestelijke hand bij het jaarlijks terugkerende relaas van de eerste weeën tot voorbij de geboorte. En staan nu naast me bij het schrijven van dit stukje, dat ik graag opdraag aan mijn jarigen.