Le Panoramique

Aan de lezers van deze blog vooreerst mijn excuses voor de triomfantelijke vooruitzichten op lente in de vorige tekst. Een geval van klimatologische overmoed, meer ingegeven door wishfull thinking dan door zin voor maartse realiteit. De wraak van Ratzinger wellicht. Men spot niet ongestraft met een paus, emeritus of niet. Het tweede vers van ‘Der Winter ist vergangen’ spreekt over ‘des Maien Schein’, en niet over maart. Ik had beter moeten lezen. Maart was bovendien niet alleen koud, maar ook zo overweldigend druk dat ik voor de paasvakantie niet meer aan het schrijven van een blogtekst ben toegekomen, ook al spookten er heel wat vrije gedachten door mijn hoofd. Ik beloof beterschap. Hier zie.

Net een week Frankrijk achter de rug, met (voor de derde keer op rij) een verblijf op een domein met de toepasselijke naam ‘Le Panoramique’. In Beune, een gehucht van twaalf inwoners volgens de eigenaars, die ons op een avond warm en rijkelijk vergastten op rilettes, taart, drank (voor mij pastis van het merk van mijn leeftijd…) en musette op de accordeon! Het uitzicht op de nu voorjaarskale vallei is er inderdaad formidabel, maar ook figuurlijk kon ik er van op ruime afstand de afgelopen weken breed overschouwen. Ongewoon koud overigens, daar in de Dordogne. Ik kreeg als bezoeker van een van de zovele prehistorische sites daar dan wel horen dat de ijstijd zowat 12.000 jaar geleden ophield, de gure oostenwinden om mijn oren gaven niet meteen dat gevoel. (Het toeristische hoogtepunt van de week was de overweldiging door een van de mooiste romaanse kerken die ik ooit zag, in Conques (in de Aveyron), helemaal verstopt in de oksel van een verbluffend landschap. Vaut absolument le détour.)

De teksten voor het boek met de memoires van Nelly Maes zijn bijna klaar en slorpten de voorbije weken veel energie op. Einde maart had ik nog een gesprek met Vic Anciaux, een van de oude boegbeelden van de Volksunie. Niet evident, door zijn gezondheidsproblemen en hoge leeftijd (dit jaar 82), maar hij had me bij zich thuis uitgenodigd, in de Brusselse noordrand. Hij bleek zeer aimabel en erg behulpzaam voor wat ik van hem verwachtte: een open en eerlijke kijk op Nelly’s politieke activiteiten van de jaren 1970 en 1980. Hij maakte koffie, bood me taart aan en verontschuldigde zich ettelijke malen voor het ongemak van een voortand die hij net die morgen had stukgebeten en waardoor er wat ruis op zijn spreken zat. Het zou dan toch kunnen kloppen wat sommigen me ooit zeiden, namelijk dat de grootheid van een politicus kan worden afgemeten aan zijn eenvoud als mens. Ik heb in de voorbereiding van het boek met meerdere aanzienlijke figuren uit de recente politieke geschiedenis kunnen/mogen spreken en was vaak onder de indruk van hun toegankelijkheid en openhartigheid. Ik leerde daarnaast ook wel hun ijdelheid kennen, met soms mooie en niet eens slecht bedoelde staaltjes van herinneringsverfraaiing. Niets menselijks hen vreemd, zeker?

Hoe anders dan de grootheid van deze ‘heer van stand’ Vic Anciaux, het beschamende optreden van die Lokerse schepen tijdens de gemeenteraadszitting van maart laatstleden, een bedroevend dieptepunt in al de jaren dat ik de zittingen volg. Zijn naam verdient het niet eens om hier vermeld te worden, maar wie hem bezig hoorde, kon niet anders dan de C in de naam van zijn partij invullen met 'Cynisch'. De manier waarop deze ‘beleidsmaker’ aan politiek doet, stond me al langer tegen, los van zijn ideologische achtergrond, maar zijn geknoei ditmaal met het dossier van het frietkot op de Markt en de tegenstrijdigheden in zijn schamel verhaal waren hemeltergend. En op de gefundeerde kritiek vanop de groene oppositiebanken alleen maar kunnen antwoorden met goedkope verwijten van populisme en een argumentum ad hominem, in de zin van “wat hebde gij gegeten vandaag dat ge zo hevig staat”, is de politiek, op welk niveau dan ook, onwaardig. Een toonbeeld van vleesgeworden arrogantie. Het is maar te hopen dat de uitbaters van het frietkot, om wier broodwinning het per slot van rekening gaat, hun slag kunnen thuis halen en mogen blijven doen waar ze goed in zijn, namelijk het bakken van frieten, en dat op een locatie waar ze zich kunnen mee verzoenen!

Verfrissend hoe dan ook, een week zonder Belgisch nieuws. De enige krant die ik me kocht, was de maandageditie van L’Equipe, voor de uitslag en het verslag van de Ronde van Vlaanderen. Het drama Boonen en de triomf Cancellara. Het omgekeerde van vorig jaar. Aan meer had ik geen behoefte. Maar vandaag aanpikken bij wat de afgelopen week in Vlaanderen en de wereld gebeurde, stemt treurig en wekt opnieuw de verontwaardiging die ik even was vergeten. Ik lees net de berichtgeving over het weigeren van studietoelagen aan die ruim tweeduizend mensen die hun aanvraag te laat hadden ingediend (de termijn bleek met een maand vervroegd en de beloofde automatisering was uitgebleven), en de striemende column daarover van Carl Devos. Met deze flinkse socialisten en hun daden inzake armoedebestrijding (hun plannen ogen altijd mooi, dat wel) in de Vlaamse regering hebben we inderdaad geen rechts beleid meer nodig! IJskoude winden uit onverwachte richting waaien over het land Vlaanderen. Maar van een veel kouwelijker soort dan die van de maartse en aprilse lagedrukgebieden, vrees ik.