Sede vacante

Februari was geen maand om vrolijk van te worden. De winter wou van geen wijken weten en de vrieskou bleef lang, veel te lang hangen. Elke avond dook het kwik diep onder nul, of om het met de woorden van de dichter Auden te zeggen: "The mercury sank in the mouth of the dying day". De naaste wereld was er een van ziekte. Griep en bof teisterden het huis. En in de zetel met een dekentje naar buiten kijken langs het venster van de televisie bood al evenmin redenen tot opgewektheid. Een dode jongen in een politiecel, de malaise van ACW-Belfius-CD&V, frauderende vleesboeren, oplopende werkloosheidscijfers, oorlog in het Midden-Oosten, dopinglijken uit de kast van mijn geliefde wielersport, …

Alleen aan het aftreden van de paus kon ik me nog een beetje warmen. Zijn ontslag, door hemzelf aangekondigd in vlekkeloos Latijn, verraste en leverde lang uitgesponnen nieuwsitems op, in omgekeerde evenredigheid weliswaar aan het belang dat de meeste mensen hier bij ons nog hechten aan zijn denken en spreken. Maar het waren mooie beelden, geef ik toe, van een Rome dat lag te glimmen in de voorjaarszon en me deed dromen van een Vaticaanse en andere lente, met een cappuccino op een terrasje van het Campo dei Fiori. De zon op het gezicht, en net als het standbeeld van Giordano Bruno, die daar in 1600 door toedoen van de pauselijke inquisitie op de brandstapel eindigde, met de rug naar het Vaticaan.

De paus wordt ‘papa emeritus’. Mooi woord, dat ‘emeritus’. Bij de Romeinen werd het gebruikt voor een soldaat die er zijn langdurige legerdienst had opzitten en als veteraan afzwaaide met o.a. het recht om een wettig huwelijk te sluiten (iets wat tijdens de dienstjaren niet was toegestaan). Ook een uitgedoofde brandstapel (Giordano!) of een versleten paard konden emeritus heten. Wat men in het oude Rome met versleten paarden aanving, weet ik overigens niet. Paardenworsten? Lasagne? En ten slotte zag ik het woord ooit gebruikt in een Latijns liefdesgedicht van Ovidius voor een hevige minnaar die na een hele nacht van bedpret ’s morgens uitgeput van lenden het huis van zijn geliefde verlaat. Veteranen, oude knollen en Latin lovers, tot daar mijn spontane gedachten bij Latijnse ‘emeriti’. En nu is er dus een paus die met pensioen gaat en als ‘papa emeritus’ zijn laatste jaren van gewijd leven wil slijten? In mijn oneerbiedige verbeelding flitsten beelden door mijn hoofd van een oude strijder, zonder huwelijksvooruitzichten natuurlijk, van een uitgeput trekpaard (van zijn geloof) of de hardnekkige ‘lover’ van de Latijnse ritus. Ik zag kardinalen van over de hele wereld hun conclaafkoffertje pakken en zich als stroomopwaartse zalmen in Canadese rivieren terug naar de geboortegrond van hun aanstelling haasten. Het paringsritueel van oude gerokte mannen rond de ‘sede vacante’, de lege stoel, kon beginnen. De temperatuur in mij steeg meteen met minstens tien graden en deed bloesems ontspringen in mijn gedachtentuin. Ik laat de verkiezingspronostieken voor wat ze zijn. Of het nu een zwarte, gele of rode paus wordt, maakt me niet uit. Maar ik verwacht van mijn televisie de volgende weken een overvloed aan beelden van de Sixtijnse kapel, Vaticaanstad en een bij voorkeur zonnig Rome. Der Winter ist vergangen, Joseph!

(De afgelopen week heb ik het einde aangekondigd van mijn mandaat als voorzitter van de Lokerse afdeling van Groen. Mijn termijn van drie jaar zit er in april op. Ik word voorzitter emeritus. De dans rond mijn eigen ‘sede vacante’ mag beginnen. Een afscheidnemende helikoptervlucht boven Lokeren is niet nodig en ecologisch ook niet wenselijk. Aan mijn Castelgandolfo in de Veldstraat heb ik meer dan genoeg. Laat de lente maar komen.)