Mao en het Egmontpact

De gebrekkige algemene kennis van leerlingen en studenten is een thema dat met de regelmaat van de klok opduikt in de media, wanneer een of andere studie weer eens de vinger op deze pijnlijke onderwijswonde legt. Vorige week was het weer van dat. Het weekblad Knack publiceerde een onderzoek bij studenten van de lerarenopleiding in Limburg. 65% bleek Mao niet te herkennen op een foto en 10% situeerde de Tweede Wereldoorlog in de 19de eeuw. Een vierde van de bevraagden ging er zelfs van uit dat de PS deel uitmaakte van de Vlaamse regering. Nu, dat van Mao vind ik niet zo erg. In 1970 zouden de talrijke liefhebbers van zijn Rode Boekje zijn gezicht allicht wel herkend hebben, maar dat zonder te (willen) weten dat hij een massamoordenaar was van het type Hitler en Stalin. En wat moet je dan erger vinden? En dat de PS het voor het zeggen heeft in Vlaanderen, tja, nogal wat Vlamingen met een slecht karakter zouden dit niet eens tegenspreken.

Stof dat dit artikel in mijn leraarskamer deed opwaaien! Het Avondland ging opnieuw ten onder. Afgelopen was het andermaal met de beschaving van tweeduizend en meer jaren. Leraren als jammerprofeten, met zichzelf natuurlijk als eenzame kennisrotsen in een Atlantische branding van onwetendheid. Wachten op de barbaren? De barbaren waren godbetert midden onder ons! En, help, ze waren met velen. Enkele collega’s voelden zich zelfs geroepen om de kennistest op de website van het betreffende weekblad te doen en fier hun eigen goed resultaat ad valvas te noteren. Trouwens, ook zelfverklaarde kwaliteitskranten als De Standaard gaan in deze niet vrijuit. Politieke redacteurs slaan al te vaak de (kennis)bal mis, zoals een goede vriend mij vorige week nog signaleerde. Een van hen wist in zijn artikel het Egmontpact uit 1977 helemaal uitgevoerd en stelde dat Oost-Vlaanderen een traditie heeft van liberale gouverneurs en zag daarmee o.a. de rode Herman Balthasar over het hoofd.

Ik wist niet wat ik er moest van denken. Natuurlijk word je als leraar soms geconfronteerd met de gekste voorbeelden van onwetendheid bij leerlingen. Enkele jaren geleden projecteerde ik voor een overhoring esthetica het schilderij ‘De kruisafneming’ van Jeroen Bosch (tegenwoordig wordt dit auteurschap betwist). Een leerlinge schreef dat ze een man zag met een balk, maar dat ze niet wist wat die met elkaar te maken hadden. Wellicht was dit een eerlijk antwoord op iets wat ze niet wist, omdat het geen deel uitmaakte van haar wereld en/of omdat ze het verband niet kon leggen met deze christelijke geloofstraditie. Nog in mijn lessen esthetica verklaarde een leerling ooit het feit dat het koor van romaanse en gotische kerken naar het oosten gericht is door te verwijzen naar Mekka en werd het (oudtestamentische) boek Job in verband gebracht met de VDAB… Dit brengt me trouwens bij mijn stokpaard: ergernis om het verdampen van bijbelkennis die een onmisbare voorwaarde is voor het smaken van zoveel literatuur en kunst, iets wat zich niet alleen bij leerlingen voordoet, maar ook bij collega’s van taalvakken, zoals ik nog niet zo lang geleden vaststelde toen ik in de leraarskamer het Hooglied ter sprake bracht.

Dat leerlingen fouten maken, daar zijn het leerlingen voor, en wij dragen daarvoor in ons onderwijs zelf enige verantwoordelijkheid. Maar dat studenten in de lerarenopleiding een aantal zeer algemene zaken niet weten, is ronduit ergerlijk. Hun met name historische onwetendheid moet mijns inziens wel leiden tot een pedagogisch en democratisch deficit. Wat doen we eraan? Ik zou geen bezwaar hebben tegen een 'selectie aan de poort', waarbij op de drempel van het hoger onderwijs algemene kennis én schrijf- en leesvaardigheid worden getoetst. Mijn oudste, nu in het tweede jaar hoger onderwijs, diende zelfs voor zijn kunstrichting fotografie dergelijke proeven af te leggen. Wie tekort schoot op het vlak van schrijfvaardigheid werd doorverwezen naar taallessen. Wie buisde op algemene kennis werd tegengehouden. Waarom kan dit niet voor alle studierichtingen, bachelor en master, en zeker voor de lerarenopleidingen?

Aanvullend bij al het voorgaande: mijn meest recente weekendeditie van het NRC-Handelsblad drukt op zijn opiniebladzijden een lang artikel af van historicus en uitgever Bastiaan Bommeljé over de ‘grote verdomming’ van het Nederlandse onderwijs. Wat provocatief verwijst hij naar een Oxfordstudie die een verklaring voor het fenomeen zoekt in de “digitale debilisering en het overmatig gebruik van de sociale media dat tot geringere analytische vermogens en pathologische zelfoverschatting leidt”. Het gaat dan wel over Nederland, maar het lijkt me ook voor ons een interessante stelling in tijden waarin door velen (niet in het minst de media) emotioneel facebookkapitaal en de virtuele scheten van Twitter belangrijker worden geacht dan intellectuele diepgang en kritisch (zelf)onderzoek. Om nog maar te zwijgen over de genoemde ‘pathologische zelfoverschatting’ die een steekhoudende verklaring zou kunnen zijn voor zowel de feitelijke onwetendheid van toekomstige leerkrachten als de fouten door slordigheid van journalisten.