Waarde landgenoot

Ik weet niet of u er iets van gemerkt hebt, maar december maakte van dit land een verdronken en treurige plaats, in meer dan vijftig tinten grijs. Het was hier te warm en te nat voor de tijd van het jaar, een ideale broeihaard voor viraal venijn. Uw onderdanen worden zodoende te allen kanten geteisterd door infecties, van luchtwegen tot darmen. Hardnekkig snot is mijn deel. Mijn jongste betrapte me zelfs onlangs toen ik een weerspannige klodder in mijn zakdoek triomfantelijk aansprak met de woorden: “Eindelijk heb ik je, smeerlap!”. Mijn huisgenoten beginnen zich zorgen te maken.

Bij u zo te zien niets van dat ongemak. Uw tijdloze verschijning voor een kersttoespraak op televisie heeft indruk gemaakt, en niet zozeer door uw licht gebronsd voorkomen – ze hadden u voor de obligate klus zo te zien ergens weggeplukt uit zonniger oorden. Maar wat u zei… In uw woorden trokken ze weer voorbij, de bruine horden van de jaren 1930. Gezien uw leeftijd verbaast me dat niet. Het doet me denken aan de dementie-actie van Studio Brussel, waaruit bleek dat oude in hun eigen geheugen verdwaalde mensen zich nog perfect de liedjes van hun jeugd kunnen herinneren. U hebt in uw jonge jaren, zowel in België als tijdens uw verblijf in Duitsland, zeer zeker nog scharen zien opmarcheren voor de Nieuwe Orde. Maar om op de drempel van 2013 dezelfde plaat te blijven draaien? Ik zou hier iemand kunnen citeren… En neen, denk nu niet dat ik N-VA’er ben of fan van BDW. Ik behoor evenmin tot wat ik tegenover vrienden graag de N-VO’ers noem, de Nieuw-Vlaams Opportunisten, zoals men de vele recente en plotse fans van de door u in uw toespraak bedoelde partij zou kunnen noemen. Logisch toch dat ze keer op keer winnen? Een mens behoort nu eenmaal graag tot het kamp van de winnaars, en het succes van de N-VA is dus het succes van de N-VA. Er zijn in het verleden genoeg voorbeelden van dergelijke tautologieën te vinden. Maar met uw ondoordachte, u ongetwijfeld door uw eerste minister ingefezelde zinnen scoren ze er, hup, weer een paar procenten bij. Merci, Albert!

Ik beken, ik ben een republikein. En niet zomaar sinds vorige week. Bijna vijfentwintig jaar geleden liep ik op de dijk van Oostende te wandelen met mijn latere echtgenote en kreeg ik een microfoon van VTM onder mijn neus geduwd met de vraag wat ik van het koningshuis vond. Voor een programma met de naam Telefacts, als ik me niet vergis. Ik antwoordde dat ik geen royalist was en dat het koningshuis voor mij meteen opgedoekt mocht worden. Toen het programma uitgezonden was, kreeg ik telefoon van mijn boze vader, een fan van u en trouwe lezer van het royaltyblad (in het Frans natuurlijk) Point de Vue. Maar zowel het kwezelige van uw broer, als uw eigen weigering om grootmoedig buitenechtelijk kroost te erkennen én de strapatsen van uw kinderen hebben mij de afgelopen jaren alleen maar gesterkt in mijn overtuiging. En dan wil ik het niet eens hebben over de 300.000 euro bonus die u volgend jaar incasseert, als ik de berichtgeving daarover mag geloven.

Daarom, beste Albert, ga met definitief pensioen en doe het licht uit in Laken. Voor u en uw nakomelingen. De Côte d’Azur wenkt. En dan kunnen we om te beginnen uw beeltenis van onze munten verwijderen en hoeven we niet meer te vrezen voor uw opvolger. Ik hou zelf nogal van Italië (dit zal uw Paola prettig vinden), en daar maken ze op de eurostukken plaats voor hun cultureel erfgoed. Dante Aleghieri, het Colosseum en zelfs het futuristische Forme Uniche della Continuità nello Spazio van de beeldhouwer Boccioni! Wel, voor België droom ik speels van Kuifje en Bobbie, Ensor en het Zotte Geweld van Rik Wouters. Dan zal voor mij het kleingeld in mijn broekzakken voortaan wat prettiger zijn om dragen.