He did it again

Zoals velen zat ik de voorbije woensdagochtend om halfacht voor mijn televisie te kijken en luisteren naar de overwinningstoespraak van Barack Obama. Ik herinnerde me zijn rede van vier jaar geleden en hoe ik weggeblazen werd door het perfecte samengaan van inhoud en stijl. Ik was blij dat ik de voorbije jaren zijn woorden in de lessen Latijnse retoriek samen met mijn leerlingen had kunnen ontleden, en zijn schatplichtigheid had kunnen aantonen aan de regels van de klassieke retorica. Woorden als ‘weapons of mass seduction’, schreef een commentator toen terecht, na de ‘weapons of mass destruction’-mantra van de clan rond George Bush.

Gespannen luisterde ik, en las nadien de uitprint op de website van de Washington Post, om te kunnen vaststellen dat hij het opnieuw deed. Het was weliswaar een andere man die er stond en sprak, vier jaar ouder en wijzer en nederiger tegenover de hoge verwachtingen die hij zelf had opgeroepen, maar opnieuw bevlogen en met de duizelingwekkende cadans van woorden en zinnen en beelden, waar ik zo op gehoopt had. Alleen al daarom had ik hem opnieuw president willen zien worden, nog afgezien van zijn ambitie om van de Verenigde Staten een ‘land van iedereen’ te maken, en niet alleen van rijken en rednecks.

Mijn liefde voor taal is groot. Retoriek wordt ten onrechte misbegrepen als alleen maar mooie verpakking of overbodige opsmuk of gekunstelde leugen. Reeds de Homerische helden beschouwden welsprekendheid als één der grootste gaven en als een geschenk van de goden: “… niet alle mensen schenken de goden hun gunsten, uiterlijk schoon en verstand en welsprekendheid. De één is niet mooi om te zien, maar een god bekroont zijn taal met schoonheid, zodat de mensen hem met welgevallen aanzien, wanneer hij rustig spreekt met bekoorlijke bescheidenheid en uitblinkt onder allen die vergaderd zijn. Als hij door de straten gaat, zien de mensen tot hem op als tot een god” . (Odysseia VIII, 167 e.v.)

Ik neem er nog een schrijver uit de 20ste eeuw bij: Wystan Hugh Auden. Hij was een progressief in politiek, maar een conservatief in artistiek opzicht, en zeker inzake taal. Een man naar mijn hart dus. Slecht taalgebruik vond hij een moreel probleem, en vorm en inhoud waren voor hem onscheidbaar. In reactie op de studentenprotesten van het einde van de jaren 1960, waarbij alle tradities en dus ook de talige op de schop moesten, formuleerde hij plagend een mooie pentameter (met een dactylisch ritme):

If you would civil your land, first you should civil your speech!

Dat is wat ik bij Obama ook terugvind. Zijn speech is alvast in orde en beschaafd/geschaafd genoeg. Nu zijn land nog… En niet alleen vervulden de woorden van Obama mij met bewondering en ontroering zelfs, met name toen hij het voorbeeld aanhaalde van dat 8-jarig meisje met leukemie dat dankzij zijn ‘health care’ betaalbare gezondheidszorg kon blijven krijgen, maar ook met een gevoel van jaloezie. Ik kan me in de verste verten geen Vlaamse politicus meer voor de geest halen die in gelijkaardige bewoordingen naar inhoud en vorm ons heeft weten begeesteren. Onze politici zijn verbale dwergen vergeleken bij de reus Obama. Stamelaars, grofgebekten, amechtigen van de one-liner, zelfs in het Latijn. Cynische boekhouders, ook van de taal. Zij spreken in cijfers en tabellen. Niets tegen cijfers en tabellen, maar wie van onze politici grijpt ons met woorden en zinnen en beelden nog eens naar de keel, zoals Obama? Ook voor hem of haar wil ik met veel plezier ’s morgensvroeg voor mijn televisie gaan zitten.