Bezonken groen, en een beetje rood

Donderdag 25 oktober. De verkiezingen zijn elf dagen voorbij. Deels opluchting, deels ontgoocheling. We hielden stand, dat wel. Onze groene kandidaten deden het zeer goed en haalden samen meer voorkeurstemmen dan de rode broeders en zusters op onze kartellijst. Alleen vertaalt dat zich niet in meer zetels. Ik ben vanzelfsprekend blij voor Björn en vooral voor Suleyman, maar zelf strand ik op enkele tientallen stemmen van een rechtstreeks verkozen zitje in de gemeenteraad. Hoe dan ook ben ik fier op mijn 415 voorkeurstemmen en ben ik al die kiezers erg dankbaar. Heel wat mensen spraken me de afgelopen dagen aan om mij proficiat te wensen en ik zou liegen mocht ik zeggen dat dit mij niets deed. Natuurlijk raken de oprechte en welgemeende steunbetuigingen van vrienden, collega’s en buren me. Van mensen van wie ik het niet had verwacht zelfs… Maar toch knaagt de gedachte dat met iets meer campagne, iets meer actie, iets meer persoonlijk aanspreken van mensen de 36 ontbrekende stemmen er wel hadden in gezeten.

In elk geval liep ik op zondagavond 14 oktober, bij het aanschouwen van de definitieve uitslagen, in vermoeidheid zachtjes leeg. Een scherpe kiezel had mijn gespannen verwachtingen doorprikt. Zoals enkele dagen later ook de tube van mijn fietswiel leegliep, toen ik de hele campagne uit mijn lijf wou fietsen en al na vijf kilometer lek reed. De nieuwe binnenband die ik stak, hield het zelfs maar drie kilometer uit. Twee keer een venijnig steentje getroffen op Lokerse ‘fietspaden’. Net dan, net daar. Dat kon geen toeval zijn. In elk geval waren die twee kapotte banden nog vóór het grondgebied van Beervelde er voor mij en mijn humeur iets te veel aan. Ik ben dan maar moedeloos te voet teruggekeerd naar huis, tot mijn dierbaarste (blij dat mij alleen maar een lekke band was overkomen toen ik haar belde) mij kwam oppikken, ergens tussen Oudenbos en Heiende.

Waar kocht ik de voorbije zaterdag dan wel wat rust en tijd voor enige reflectie? In een kerk voorwaar. Ik nam de tijd om tijdens een mis ter nagedachtenis van mijn lang geleden overleden moeder alle politieke inspanningen rustig te overdenken, te laten bezinken. Bezonken groen. De mis stond in het teken van missiezondag en zowat de enige zin die bleef hangen, was: wie de grootste wil zijn, moet de dienaar worden van allen. Dat vond ik mooi. Het ging wel over missionarissen en missiezusters overal ter wereld, maar ook alle burgemeesters, would-be burgemeesters of ruimer nog, alle politici van het moment zouden deze woorden ter harte moeten nemen. Voor het overige was de misviering het aanhoren niet waard, met een priester die verveeld de gebruikelijke teksten afhaspelde en bovendien stamde uit een tijd dat de logopedie nog niet uitgevonden was. Het publiek bestond grotendeels uit oude tot zeer oude mensen. Het kostte weinig moeite om zich in te beelden dat de Vlaamse kerk in deze vorm over een tiental jaren inderdaad uitgestorven zal zijn. Van monotheïsme naar nonotheïsme.

Intussen mekkeren de schapen zich nu een wollige hemel bijeen aan mijn achterdeur en worden de messen er gewet voor het jaarlijkse offerfeest. Het bloed zal rijkelijk vloeien, morgen. En als de komende dagen ook het rood op de slachtvloer zal bezonken zijn en mijn diepvriezertje zich opnieuw heeft gevuld met pakketjes vlees, in vriendschap geschonken door mijn Turkse en Marokkaanse buren, wil ik opnieuw kiezen, maar dan voor een lekker stoofpotje met een fles goede wijn. En laat ik in de koude herfstdagen die er nu echt wel zitten aan te komen de politiek voor geruime tijd voorbijwaaien.