Olga en de laatste horden*

Een van die merkwaardige atletiekdisciplines die we binnenkort tijdens de Olympische Spelen op ons televisiescherm te zien zullen krijgen, is de 3000 meter steeple. Rondjes lopen, springen over balken en ploeteren door een waterbak. Je kan je afvragen waar dit vandaan komt. Toen ik vorige week werd gebeld door Olga, dacht ik spontaan aan dit ietwat exotisch sportonderdeel. Van mij verdient zij zeker een gouden medaille voor het overwinnen van administratieve horden en bureaucratische waterbakken, in een race die intussen dertien jaar duurt. En als we in België een Russische hinkstapspringster snel in de armen kunnen sluiten (en waaraan hebben we deze maffe sporttak te danken?), waarom dan geen Tsjetsjeense (figuurlijke) hordenloopster?

Olga vluchtte met man en nog kleine kinderen en moeder uit een verwoest Grozny, toen daar op het einde van vorige eeuw een gruweloorlog werd uitgevochten tussen het leger van de Russische Federatie en moslimrebellen. Met de bevolking, zoals zo vaak, tussen hamer en aambeeld. Na omzwervingen strandde het gezin in Lokeren, in 1999. Procedures allerhande. Echtgenoot met de noorderzon verdwenen, moeder aan kanker overleden. Vijf jaar geleden, als een geschenk uit de Brusselse hemel, een - weliswaar jaarlijks te verlengen – verblijfsvergunning! Daarna aan de slag bij een poetsdienst met dienstencheques. Kinderen werden groter. De een (helaas) gestopt met studeren vlak voor het beëindigen van zijn middelbaar, om te gaan werken, de ander een universiteitsstudent economie (derde jaar al). Begin 2011 brandde hun huis uit. Door tussenkomst van vrienden en kennissen en een begripvolle sociale huisvestingsmaatschappij aan een flat geholpen. Vorige lente een bericht van de dienst vreemdelingenzaken: om voor de zonen een verblijfsverlenging van onbepaalde duur te bekomen, zijn originele Russische paspoorten nodig. En die hadden ze als kinderen op de vlucht niet. Een buitenstaander denkt dan, dat vragen we gewoon aan en alles komt in orde. Maar zo werkt dat niet in Rusland en deelrepubliek Tsjetsjenië, die, als ik Olga mag geloven, inzake pesten van hun (voormalige) burgers bijzonder goed scoren. Dus zij zelf naar haar geboorteland, alleen, om tegen betaling van veel geld aan die paspoorten te geraken. Geen eenvoudige klus, en niet zonder risico, maar rond nieuwjaar was ook deze horde genomen. En nu het tijd werd om de verblijfsvergunning te verlengen, trokken we vorige week met alle vereiste documenten naar het stadhuis van Lokeren. Olga met hooplichtjes in de ogen. De ambtenaar vreemdelingenzaken, correct en attent, gaf aan dat de eindmeet nu wel in zicht moest zijn en zou alles meteen doorsturen naar Brussel.

Twee dagen later hing Olga opnieuw aan de telefoon, in paniek. Problemen! Met de spelling en transscriptie van de namen van de kinderen deze keer. Een Russische ‘H’ wordt in het Nederlands een ‘Y’, en geen ‘E’ zoals op eerdere documenten gespeld stond. Dus was nog een attest nodig dat verklaarde dat de personen met een eerdere ‘E’ in hun naam dezelfden waren als die met nu een ‘Y’. En een Russische consulaat dat blijkbaar om god en Poetin weten welke redenen zo’n attesten niet meer wil of kan afleveren. Dus andermaal naar het stadhuis voor een rondje horden en waterbak… Gevuld met tranen ditmaal. Gelukkig was dezelfde ambtenaar bereid om meteen zelf de telefoon te nemen en naar de dienst vreemdelingenzaken te bellen. Men zou daar dit probleem proberen uitklaren met het Russische consulaat. Afwachten. Geduld is een mooie deugd.

Tegen het moment dat deze zomer een of andere Keniaan of Ethiopiër met de bloemen zal staan zwaaien op een Olympisch steeplepodium, een gouden medaille om de frêle hals, hoop ik dat Olga en Ali en Alichan de eindmeet van hún wedstrijd zullen bereikt hebben en op een Lokerse podium zullen staan zwaaien met definitieve documenten. Mijn vlag ligt klaar om gehesen te worden.

* Einde juli hebben ze eindelijk de lang verhoopte verblijfsvergunning van onbepaalde duur gekregen!