Verrijzenis

Acht dagen Frankrijk waren zo voorbij. Terwijl de week nog tolt in mijn hoofd, draaien de vuile kleren al rondjes in de wasmachine. Op deze paasmaandag daarom toch enkele indrukken op (virtueel) papier, voor de tijd deze vlekken van herinnering uitwast.

Een ontroerd weerzien met de verbluffende Madeleinekerk van Vézelay. Eenvoud en pracht, buiten en binnen. Jammer dat het tympanum aan de binnenzijde in de stellingen stond voor restauratie. Ik had graag een foto genomen van het bevreemdende kapiteel met een middeleeuwse Odysseus die zijn oren dicht stopt voor een sirene met een baard (!), maar zal nog eens moeten terugkeren (wat niet erg is).

Uitgeregend op de Mont Beuvray, Keltische hoofdplaats (Bibracte). Uit nieuwsgierigheid langs een vakantiehuisje van lang geleden gereden, aanpalend aan een kasteel dat toen door naar ons aanvoelen megalomane West-Vlamingen werd ‘gerestaureerd’. Alles in verval. Een treurende ceder in een verwilderd park. Een passerend bejaard koppel vertelde hoe de hele zaak vorig jaar op de fles gegaan was en verlaten. In de even verderop gelegen gîte d’étappe van Larochemillay aangenaam kennis gemaakt met een pelgrim uit Sint-Gillis-Waas, op weg naar Santiago. Een moedige man, een maand al onderweg en nog twee maand te gaan (zijn blog: http://blog.seniorennet.be/opagaatopstap).

Langs het Centraal Massief met in de verte de Puy de Dôme, in nevelen. Een stop in Rocamadour. Steile rots, trage pannenkoeken in een lokale brasserie. En dan: vier dagen Les Eyzies… Het onthaal in ons verblijf is warm als het weer. Ruben speelt een accordeonconcert voor en met onze gastheer, die hem een Franse ballade aanleert. Lezen (Het Vierde Beest van Tom Holland). Biowijn proeven (ik – chauffeur – spuwen, Simon drinken…) en kopen in Ribagnac. De bedwelmende geur van honderden buxussen in de zon na een korte plensbui, in de groene tuinen van Marqueyssac. Naar verten staren, langs bossen, rotsen en kastelen. En ’s avonds tafelen op een terras, in Sarlat. Lokeren was ver weg.

Het enige wat de hele week is blijven knagen, is dat brute geweld waarvan enkelen van mijn leerlingen vlak voor de vakantie het slachtoffer waren. Ineengeslagen in een park waar ze met de klas zaten te picknicken. Zomaar. En met zware letsels voor gevolg. Dat de daders (die niet aan hun proefstuk toe waren) streng gestraft worden, is te wensen. Dat de publieke ruimte niet kan toebehoren aan terreur zaaiende schoelies moet de gemeenschap ten stelligste bewaken. En dat de wonden van ziel en lichaam van de jonge mensen die mij als leraar dierbaar zijn goed genezen, is zeer te hopen. Laat dat misschien ook de boodschap van Pasen zijn, lees ik vandaag in de nieuwsbrief bij het wekelijkse groenten- en fruitpakket van Mich van ‘t Uilenbos: dat mensen kwetsuren zijn én wederopstanding.

Dat telkens weer ‘verrijzen’ uit kwetsbaarheid en pijn ons groot maakt, is een mooie gedachte. Als we ons ook maar niet moeten neerleggen bij het geweld van de wereld, denk ik er graag bij.