Lux et Libertas

Mijn zaterdagochtendritueel: op tijd uit bed en met de fiets naar Gent, om de vrijdageditie van het NRC-Handelsblad. Een krant met in haar hoofding het motto Lux et Libertas, Licht en Vrijheid. Waarden mij in toenemende mate dierbaar, nu de ‘Verlichting’ wereldwijd steeds doffer schijnt en straatroepers vrijheid graag verwarren met hufterigheid. Een krant met nog een scherpe scheiding tussen feiten en opinie. En een waardevolle boekenbijlage.

Maar bovenal: onderweg kan ik mijn week uit de wielen rijden. Recht op de trappers neem ik uren voorsprong op het peloton van gedachten en beslommeringen. Zoals: moet ik het nu erg vinden om tot mijn zestig jaar voor de klas te staan? (Wie, zoals ik, mag werken met verstandige en welgemanierde jongens en meisjes van 16-18 jaar, moet dat aankunnen, denk ik dan, al ben ik altijd wel blij dat de week er opzit. Als intussen mijn Grieks en Latijn niet naar het stort van de zoveelste vernieuwing zijn afgevoerd, natuurlijk. Maar de ene school is de andere niet. En dus mag de minister van mij evengoed het pedagogisch zo geliefde principe van de differentiëring op zijn eigen maatregel toepassen…)

Ik hijg en zweet deze spinsels de berm in en schakel een tand hoger. Dan tellen alleen nog mijn adem en het kloppen van mijn hart. En wanneer ik aankom, blijk ik altijd te hebben gewonnen: een ontspannen bad én een paar uren krant.