Foutmelding

Deprecated function: implode(): Passing glue string after array is deprecated. Swap the parameters in drupal_get_feeds() (regel 385 van /customers/6/1/e/alaindebbaut.be/httpd.www/includes/common.inc).

Haar

Homerus heeft het in zijn Ilias over ‘langhaardragende Grieken’ (in de vertaling van Maximiliaan Schwartz) of ‘Achaiërs met de lange haren’ (bij Patrick Lateur). Wanneer ik in een epische bui ben, vind ik dat ik er steeds meer op begin te gelijken. Dat is op zich wel een prettige gedachte, zo stilaan samen te vallen met een van mijn lesonderwerpen of om, om het met nog een ander epitheton te zeggen, ‘helmboswuivend’ dagelijks ten strijde te trekken. Niet tegen ocharme mijn lieve leerlingen, maar wel om in de voorste linies van een lange traditie stand te proberen houden tegen de om zich heen grijpende vervlakking, ‘verpampering’ en nu ook ‘vercoaching’ van het onderwijs.

In zijn nieuwjaarstoespraak, even wollig als die harige vest die hij pleegt te dragen op televisie, meende CD&V-voorzitter Joachim Coens de jongeren van vandaag, de geteisterde coronageneratie 2020, te moeten troosten met een hoopvolle verwijzing naar ‘mei ’68’, waaruit volgens hem ‘ook een nieuwe generatie was voortgekomen’. Ik begrijp dit niet. Joachim moest in mei 1968 zijn tweede verjaardagskaars nog uitblazen en kan dus zeker niet op de barricaden van de emancipatie en Leuven Vlaams gestaan hebben. Ik trouwens ook niet. In mei 1968 deed ik mijn Eerste Communie, niet meteen een revolutionaire daad, en zag ik mijn godsvrucht door nonkels en tantes beloond met o.a. drie pennenzakken en een Mariabeeldje in plastic. Ik snap de vergelijking dus niet. ‘Mei ‘68’ aanhalen om jonge gasten van vandaag een hart onder de riem te steken, lijkt me een beetje zoals een coronapatiënt op intensieve troosten door te verwijzen naar de pestepidemie van 1348.

Het enige van ‘mei ‘68’ waaraan je de barre tijden van nu kan linken, is volgens mij ‘haar’ en de lengte ervan. En dan nog gaat de vergelijking niet helemaal op. Wie vandaag zijn haar lang heeft, is een conformist, iemand die zich houdt aan de regels van de overheid, terwijl de kort geknipten als coronarebellen kunnen nagewezen worden, als overtreders van de regels, die ergens een stiekeme beurt hebben genoten. Ruim een halve eeuw geleden was het laten groeien van haar (en voor de jongens ook ‘baard’) juist een teken van verzet, bevrijding en een ideologisch statement. Wie als jongere de haren liet groeien, bekende zich tot de linkerzijde van het politieke spectrum, en de (schaarse) kortharigen waren in de half overgroeide ogen van de ‘linksen’ conservatief en zelfs militaristisch rechts. Zo zag ook ik dat nog op het einde van de jaren 1970, in dat katholieke college in Sint-Niklaas waar ik school liep, en aan het progressieve bastion van de Gentse Blandijnberg, waar al mijn linkse illusies én mijn haren heftig en ongeremd doorgroeiden.

Deze haarevolutie (-revolutie) laat zich nog altijd perfect aflezen aan de foto’s van de laatstejaars van het Sint-Lodewijkscollege, in de fotogalerij in de gang – een fotogalerij die een vorige directrice in een beeldenstormige opwelling ooit nog heeft willen verwijderen, maar zo mijn revolutionaire vuur weer wist op te rakelen en in deze op een ‘no pasarán’ botste. Waren blijkens die foto’s de haren van de leerlingen in het begin van de jaren 1960 streng gemillimeterd en braafjes opgeschoren, halverwege dat woelige decennium zet de haargroei zich onmiskenbaar door, om vanaf het begin van de jaren 1970 uit te lopen in een oerwoudachtige overdaad aan haar, snor en baard. En dat kappers ook toen zwarte sneeuw moeten hebben gezien, is een understatement. Alleen al voor dit stukje mentaliteitsgeschiedenis verdienen de foto’s het om daar te blijven hangen. En uiteraard ook ter vermaak van onze huidige leerlingen die er op zoek gaan naar eigen ouders en grootouders. Ik hang er zelf trouwens ook tussen, als piepjong klasleraar van de 6de Grieks-Latijnse van het schooljaar 1983-1984, en met haren die zich intussen waren gaan voegen naar een bezadigder kijk op de wereld.

Dus toen ik het vorige week in mijn lessen esthetica over de popcultuur van de jaren 1960 wou hebben, kon ik niet anders dan van al dat ‘haar’ van toen een lichtjes nostalgische vlecht draaien, met nummers uit de wervelende rockmusical ‘Hair’ (verfilmd in 1979 door Milos Forman), en het geweldige ‘Almost cut my hair’ van Crosby, Stills, Nash en Young, op de iconische plaat met een vandaag toepasselijke titel ‘Déjà Vu’. Mijn leerlingen kenden dit niet. Mijn déjà-vu was blijkbaar niet de hunne.

Intussen ben ik blij dat ik voor 24 februari een afspraak heb gescoord en dat de schaar in mijn uitdijende capillaire universum gaat. Een korte zomercoupe, dat mag het worden. Met dank aan de strijdbare coiffeurslieveling Elio Di Rupo, notoir minnaar van zwarte haarverf, die zijn collega’s in de regeringen heeft weten te overhalen om de kapperswinkel terug te openen. Alleen hopen nu dat de Marc Van Ransten en Steven Van Guchts van deze wereld zich niet bedenken en de schaar zetten in … mijn lang verwachte afspraak.