Foutmelding

Deprecated function: implode(): Passing glue string after array is deprecated. Swap the parameters in drupal_get_feeds() (regel 385 van /customers/6/1/e/alaindebbaut.be/httpd.www/includes/common.inc).

In meervoud

Dat men in zuiderse landen het woord ‘vakantie’ in het meervoud rekent, was een prettige gedachte die me vorige week aanwaaide, in een zeteltje met zicht op een Bretoense baai en een drankje in de hand. Van Spaanse vacaciones, Franse vacances en Italiaanse vacanze tot diakopes (letterlijk: onderbrekingen) in het Grieks. Ook in Turkije wensen mensen elkaar met ‘iyi tatiller’ een goede vakantie toe in het meervoud. En heeft het dan ook iets te betekenen dat wij het in het Nederlands een stuk zuiniger, schraler zeg maar, doen met ons enkelvoudig ‘vakantie’? Zelfs Duitsers kiezen ruimhartig voor het meervoudige Sommerferien…

Na maanden lokale coronarondjes te hebben gedraaid en zowat alle wegen en wegels in de ruime omgeving van Lokeren te hebben gefietst en gestapt, had ik het gehad met de idee van een ‘staycation’. Het woord alleen al zou een mens naar het buitenland doen vertrekken. Het was in juni enkel nog een beetje bang en vooral stil afwachten of de grenzen met Frankrijk open zouden gaan. In coronatijden, merkte ik, was immers voor velen het plannen van en spreken over een zomerreis iets verdachts en bijna volksvijandigs geworden. Alsof een vakantie onder de kerktoren met uitstappen naar de kust of de Ardennen dan weer het ultieme bewijs zou zijn van burgerzin en van loyaliteit aan de expertise van de virologen. Een uitstap naar een bij vloed gedecimeerde, want nagenoeg helemaal verstrandbarde en geprivatiseerde plage, met territoriumdrift en parasolgevechten voor gevolg? Men mag er mij nog geld bovenop geven. Nocation, zeg maar. En aan de Ardennen geef ik de voorkeur in het vroege voorjaar, wanneer er een kleine kans bestaat op sneeuw, zoals eind februari van dit jaar. Ik heb in mijn vakantie toch enkele weken vreemde en graag Franse lucht nodig. De afzondering in een gîte boven op een heuvel in de Dordogne en aan een ruige Bretoense kustlijn, Fortuna leverde me de afgelopen maand beiden aan, in meervoud dus. Eerst een week met de kinderen plus partners op onze vertrouwde stek, aan de rand van Les Eyzies. Zeldzame momenten van gezellige familiedrukte, met mezelf in een nog nieuwe rol van pater familias en gulle schenker van lokale anisette. Samen wandelen, koken, wijn kopen en drinken. Een plonsje in het zwembad. Niets menselijks bleef me vreemd. En daarna anderhalve week met z’n tweeën in Normandië en Bretagne, om uit te rusten van die eerste week.

Bayeux en de stranden van de landing oogden wel héél rustig, zonder Amerikaanse en Britse toeristen. Dat een bezoek aan het zogenaamde ‘tapijt van …’ – een historische stripversie uit de 11de eeuw van de verovering van Engeland door de Normandische hertog Willem, met toen ook al een landing en bijhorende gevechten – lang aanschuiven met zich meebracht, had dan ook eerder te maken met een slechte bezoekersorganisatie. Maar, ‘vaut le voyage’. Net als Arromanches, Omaha Beach en de stil makende Amerikaanse begraafplaats (met fonkelnieuw museum) in Colleville-sur-Mer, waar negenduizend gesneuvelden van juni 1944 liggen, met zicht op ‘hun’ dodelijk strand van destijds.

Bretagne was mij – Frankrijkreiziger die ik ben – tot nu toe alleen bekend van koekjes (hier verkocht in blikken dozen waarin ik mijn persoonlijke spulletjes en kaartjes kan bewaren), Alan Stivell (en zijn Keltische harp – muziek uit mijn jeugdjaren), Bernard Hinault en uiteraard Asterix en de zijnen. Het huisje dat we al in januari reserveerden, bood een uitzicht op zee en lag vlakbij een kustpad dat kronkelde langs rotsige puntklippen en met bloeiend paars heidekruid bedekte hellingen. Finistère, letterlijk het einde van de (Franse) wereld. Voor de kust een paar kleine eilanden, waarvan de namen (Île de …) me aan de voornaam van mijn echtgenote deden denken. Helaas waren we te laat om een boot er naartoe te reserveren. Dan maar een tochtje over water naar het Brest van ‘Rappelle-toi Barbara’, dat intrieste gedicht van Jacques Prévert over de verwoesting van de stad in WOII. Brest, “dont il ne reste rien” en dat gans nieuw oogde, op een oude burcht en twee vervallen huizenblokken na.

Van de Bretoense taal, op wegwijzers cursief onder de Franse benamingen, onthield ik maar twee woorden. ‘Straed’ voor straat (makkelijk) en ‘Stank’ voor vijver. Wat dat ‘stank’ betreft, soms waaide ons van tussen de maïsvelden de stank van varkensstallen toe. Bretagne is het mekka van de Franse varkenskweek (klinkt wat raar), op industriële schaal. En het overvloedig gebruik van meststoffen voor de voedselproductie voor die beesten zorgt bovendien voor vervuiling van beken, rivieren en baaien met stikstof, waaraan de kleine stranden bij warm weer massale hoeveelheden rottende groene algen te danken hebben. Gelukkig bleven we op onze wandelingen van deze geurhinder gespaard en was op de verste ‘pointes’, uitsteeksels van het land in de zee, de giftige smurrie niet te bespeuren. En zo vierde ik mijn verjaardag aan de Pointe de Pen-Hir, met zicht op de Atlantische Oceaan en met nog drie kleine rotspuntjes als uitlopers, alsof de wereld er eindigt op een beletselteken. Misschien te lezen als een 'finis terrae, sed non vitae', in de hoop dat er dus nog vele vakanties bijkomen, bij voorkeur in een zuiders meervoud…