Ligo akoma

Enkele maanden geleden las ik met mijn leerlingen Grieks het kort gedichtje Ligo akoma van Yorgos Seferis (1900-1971, en Nobelprijswinnaar in 1963) om hen op een poëtische manier vertrouwd te maken met Nieuwgriekse klanken. Vorige week, toen ik de klas al danig begon te missen, heb ik hen de tekst nog eens doorgestuurd met een link naar de strijdvaardige muzikale uitvoering ervan door Maria Farantouri (in een compositie van Mikis Theodorakis). Ah, Maria Farantouri… Ik zag haar ooit (al ietwat kortademig) de Mauthausenliederen uitvoeren in de Bijloke in Gent en de vijfde rij, waar ik in grote opwinding zat, was dicht genoeg om haar stem ook te voelen. De tekst van het gedicht kan dienen als troost in tijden van wanhoop: ooit komt het goed. Ligo akoma, nog even (letterlijk: een weinig):

Nog even
en we zullen de amandelbomen zien bloeien
het marmer zien oplichten in de zon
de zee zien golven

Nog even
Laten we ons een weinig hoger verheffen

Toen Seferis dit publiceerde in 1935, als ‘zang’ 23 van de 24 gedichten tellende bundel Mythistorima (‘mythisch verhaal’ – die 24 zangen zijn voor wie zijn klassieken – Ilias en Odysseia – kent geen toeval), was Griekenland nog maar net ontwaakt uit de nachtmerrie van de jaren 1920. De overmoedige Grote Idee om zich eigenmachtig een deel van Klein-Azië, het huidige Turkije, toe te eigenen als beloning voor de deelname aan WOI aan de zijde van de Geallieerden, was in 1922 uitgedraaid op een Grote Katastrofe. Het Griekse leger werd in de steek gelaten door de voormalige Engelse bondgenoot en leed een zware nederlaag tegen de troepen van Mustafa Kemal, de latere Atatürk en stichter van het moderne Turkije. De overwegend Griekse bevolking op de kusten van Klein-Azië diende hals over kop te vluchten naar het Griekse vasteland. Smyrna, geboorteplaats van Seferis en ook bakermat van de Homerische epen, werd na 3000 jaar Griekse aanwezigheid homogeen Turks en heette vanaf dan Izmir. Dertigduizend mensen raakten niet tijdig weg en werden door het Turkse leger vermoord op de kusten. Naar schatting een miljoen vluchtelingen zochten hun toevloed aan de randen van Thessaloniki en Athene. Zo verwijst de ‘K’ in de voetbalploeg AEK Athene naar Konstantinopolis. De ploeg is in 1924 opgericht door Griekse ballingen uit Istanbul…

De gedichten in Mythistorima weerspiegelen de zoektocht van de dichter en het Griekenland van zijn tijd om in het reine te komen met het pijnlijke recente verleden. De dichter draagt het verdriet om het verlies en de teloorgang van zoveel moois met zich mee, maar kijkt vooruit met optimisme over de plaats die de moderne Griek (lees: de mens in het algemeen) zich moet verwerven in de hedendaagse wereld. Vandaar op het einde van de bundel dit ‘ligo akoma’, dat we in deze coronatijden als een troostvers zouden kunnen lezen. Straks komt het goed en zien we de wereld weer bloeien en schitteren. Laten we ons dus verheffen, boven onszelf uitstijgen, een beetje is al genoeg, om de toekomst stralend tegemoet te zien.

Intussen staat mijn kerselaar (geen roosbloesemige amandelboom in mijn tuin) zo heftig in bloei dat het zeer doet aan de ogen, en doet hij dromen van een tijd van kersen, wanneer corona hopelijk alleen nog maar een nare herinnering zal zijn.