Griep- en andere virussen

Het uitzweten van een eindeloos lijkende griepweek bleek achteraf toch zijn voordelen te hebben. De gang van mijn drukke leven vertraagde danig en mijn wereld verengde zich tot een weldadig bed en een zetel. De voorbije winterweken en -maanden lieten zich, nu de tijd eventjes leek te zijn stilgevallen, eindelijk zachtjes overdenken in weliswaar slome zinnen. Van mijn eigen vermoeide gedachten in slaap vallen, kostte me hoegenaamd geen moeite. In mijn achteruitkijkspiegel gleed de kerstvakantie met lange wandelingen door Parijs voorbij. El Greco’s koortsige portretten en religieuze hallucinaties kwamen me in mijn grieptoestand als vanzelf opnieuw voor de geest. Verbluffend om zien was hoe modern hij traditionele godsdienstige onderwerpen uitborstelt en zo een voorbeeld bleek te zijn voor modernisten als Cézanne en Picasso.

De temperaturen van de afgelopen maanden zakten amper tot in de buurt van het nulpunt en een plakkerige 12 à 13 graden was meer regel dan uitzondering. Ook zonder griep zweette ik meer dan eens uit mijn pyjama en verfoeide ik de flanellen lakens. Vandaar al die welig tierende virussen, die blijkbaar extreem gedijen in verstoorde klimaattijden. Tussen al die kuchende, snotterende, hoestende leerlingen en collega’s mag gezond blijven nu eenmaal een wonder heten. Intussen woedt in het verre China het coronavirus – elke avond langdradige updates in het journaal – en lijkt, als je de berichtgeving mag geloven (wat ik niet doe) een pandemie in wording. Dat in België alleen al jaarlijks duizenden mensen aan gewone griep overlijden, is een verwaarloosbaar detail geworden. Ik draai me nog even om in mijn bed en ben blij dat ik bij de overlevenden lijk te gaan behoren.

Uiteraard hoest ik dezer dagen ook nog wat onderwijsfluimen op. Het gaat niet goed met dat onderwijs, als je de berichten mag geloven (en dat doe ik ditmaal wel). Leesvaardigheid, schrijfvaardigheid, algemeen kennisniveau duiken de statistische kelder in. Positief als immer schreef ik begin december de minister aan met de vraag om te mogen helpen. Ik liet hem weten dat ik graag had deel uitgemaakt van de ‘expertengroep’ die hij zou bijeenroepen om te reflecteren over de staat van het onderwijs en oplossingen aan te reiken. Ik heb wel wat voorstellen. Maar van Ben is sindsdien nog maar weinig vernomen, tenzij dan een oprisping om terug (meer) herexamens te geven of ingangsproeven te organiseren voor al wie aan hogere studies wil beginnen. Voor wie zoals onze Ben zelf negen jaar gedaan heeft over een masteropleiding van vier jaar voorwaar een voorstel dat van zelfkennis getuigt.

Het enige virus dat mij dus dezer dagen echt zorgen baart, is het hervormingsvirus dat intussen ons onderwijs blijft teisteren. Kritiek op de collega’s van het eerste jaar bij de doorlichting van vorige week: evaluaties zijn nog te veel gericht op kennis. Slik. Een onderwijshervorming die in het eerste jaar uren Nederlands, wiskunde en Frans sterk afbouwt voor o.a. ‘vakken’ als ‘mens en samenleving’ zal daar in de voortgezette jaren een stevige prijs voor betalen, vrees ik (mijn collega's met mij). Besluit (deze week) van mijn eigen directie om leerwinst te verhogen? Neen, niet zoveel als mogelijk het traditionele systeem verzoenen met hier en daar een noviteit (zoals scholen in bv. Gent en Sint-Niklaas doen), maar iedereen meer aan de pc. Zodoende krijgen leerkrachten er vanaf volgend schooljaar één gratis (ha, maar niets is gratis, en dus…), en moeten de leerlingen in september 2021 volgen en er een aankopen. Wie daar beter van wordt? De firma die ze mag leveren in elk geval, plus nog wat overheadpersoneel dat een snoepreis naar Londen cadeau krijgt in ruil voor een gul contract. Maar leerwinst in de klas? Heeft iemand dat echt al eens gemeten? Misschien moeten leerlingen in deze hyperkinetische beeldtijden net wat meer van het scherm afkicken? Ik blijf dus vasthouden aan het traag lezen van teksten van Homerus, Horatius, Sappho, Plato, Sophocles etc., met aandacht voor nuances, culturele achtergrond en hedendaagse doorwerking en denk (weet nu al) dat ik deze ‘tool’ met plezier ga weigeren en het virus van deze modieuze computerstorm wil trotseren. Maar ik weet alleen niet of een mondmaskertje daarvoor zal volstaan.