Pretpedagogie

Eindelijk paasvakantie, in jaren niet zo laat. Wie niet in het onderwijs staat, kan deze verzuchting misschien moeilijk begrijpen en zal de brauwen fronsen bij het gegeven dat een lesgevend mens zo naar leerlingloze dagen kan snakken. Vakanties in het onderwijs blijven voor de buitenwereld vaak een bron van afgunst en soms zelfs onbegrip. Laatst kwam ik een kaartje tegen dat het cliché helemaal bevestigt: een kalende man oreert aan bord dat er twee goede redenen zijn om leraar te worden: juli en augustus. De bedenker van de grap vergeet dan ook nog de herfst-, kerst-, krokus- en paasvakanties, maar dan wordt de pointe wel erg lang.

Vanzelfsprekend ben ik lang geleden in het onderwijs gestapt om in juli en augustus en nog wat stukjes november, december, februari en april lekker met vakantie te kunnen zijn, terwijl de echt hardwerkende Vlaming zich uitslooft om het land te doen draaien. En even vanzelfsprekend hou ik me daarnaast nog bezig met: bijgewerkte lesinhouden, planningen, schoolagenda’s, rapporten, studiereizen, paasreizen, evaluaties, leerlingvolgsystemen, vakvergaderingen, personeelsvergaderingen, leren leren, voorbereiden van leerlingen voor het hoger onderwijs, directies, bovendirecties, raden van bestuur, pedagogische begeleiders, film- en toneelvoorstellingen, bijscholingen, leerplannen, onderzoekcompetenties, eindtermen, grote klasgroepen (tot zelfs ooit 30 leerlingen in één klas), oudercontacten met heel bezorgde of totaal onverschillige ouders, onderwijshervormingen en nog een en ander. Plus de maatschappelijke vorming die we aanvullend geacht worden te geven, zoals: gezonde voeding, relationele opvoeding, elementaire vormen van beleefdheid, verkeersopvoeding, milieueducatie, opvoeden tot burgerzin en nog zo wat ‘vakoverschrijdende eindtermen’.

Recentere fenomenen zijn ouders die, o wee, als je zoon- of dochterlief durft te sanctioneren of niet de punten geeft waar hij of zij recht op meent te hebben, verwijtende scheldbrieven sturen of je bij de directie aanklagen. Het overkwam me al enkele malen. Gelukkig stond en sta ik sterk in mijn pedagogische schoenen, maar ik kan me inbeelden dat onzekere collega’s er op die manier snel de onderwijsbrui aan geven, zeker als directies het in hun broek doen voor briesende ouders, problematische leerlingen niet durven aanpakken en liever hun personeel de klappen laten opvangen, zoals ik ook al meemaakte. Als de ouders van deze verwende prinsjes en prinsesjes al eens zouden beginnen met de adviezen inzake studiekeuze op te volgen, dan zou onderwijs er al een heel stuk eenvoudiger op worden. Maar ja, dat houdt in dat je leraren en klasteams als expert moet erkennen en een beetje respect moet willen tonen, en daar hebben sommigen in deze narcistische tijden geen boodschap aan…

En dan de leerlingen. Ze kunnen je zeker het plezier van de job geven, getuigde ik hier al enkele malen, maar evident is het niet altijd meer. In volgens hen onbelangrijke vakken van een of twee lesuren is het lesgeven mettertijd een dagelijkse strijd geworden. Laatst verbaasde een leerling in mijn les esthetica over Joseph Beuys er zich zelfs over dat anderen vlijtig aan het noteren waren – die zijn er (gelukkig) dus ook nog. Studeren zal zo iemand dan wel doen met notities van anderen. Als hij al studeert. De buis neemt zo iemand er graag bij, want wie durft nog een leerling tegenhouden voor ocharme esthetica? Pinten interesseren deze leerlingen, hoor ik, meer dan punten. Zelfkritiek is een moeilijk gegeven voor wie zichzelf altijd fantastisch vindt en verwacht dat anderen dat ook doen. Op tijd komen op school blijkt voor sommigen al helemaal een onmogelijke opgave. De meest voorkomende droom van laatstejaars op het formulier van hun studiekeuze: ooit zo veel mogelijk geld verdienen met zo min mogelijk werken. Is het een toeval dat een aantal onder hen zich in hun arrogante onaantastbaarheid en misplaatst superioriteitsgevoel achter de vlag van schild en (foute) vrienden scharen? Hun ideologie is er een van de pamper, van luiheid, desinteresse en onwetendheid. Van het niveau van witte sokjes onder opgerolde broekspijpen. Liever leven in een achteruitkijkspiegel, nostalgisch en ahistorisch vastklevend aan een imaginaire Vlaamsche wereld die nooit bestaan heeft, dan de mondiale uitdagingen van de toekomst aanpakken met open geest en creativiteit, zoals hun leeftijdsgenoten die zich wel engageren en bijvoorbeeld opkomen voor het klimaat. En meteen solliciteer ik hier om aangegeven te worden op het meldpunt voor ‘linkse leraren’ waar het Vlaamse onderwijs volgens Dries cum suis dringend van gezuiverd dient te worden!

Tenslotte wordt onderwijs ook nog eens een verkiezingsthema en komen politici van alle kleuren plots vertellen hoe het moet en niet moet. Laatst zag ik in Terzake de grote roerganger uit Antwerpen achteroverleunend orakelen. Ik heb in het verleden leerlingen die zo nonchalant voor me verschenen op een mondeling examen terecht gewezen om hun slappe houding, maar goed. In zijn betoog kwam hij niet veel verder dan verwijzen naar het onderwijs dat hij zelf genoten had – een strenge katholieke school van de jaren 1970 – en dit als maatstaf nemen voor een algemene onderwijsvisie van vandaag. En dan wordt het gemakkelijk, te gemakkelijk om onderwijs af te doen als pretpedagogie. Ik vond het een belediging voor iedereen die vandaag op school met kinderen en pubers bezig is. De Lieven Boeve die tegenover hem was aangeschoven voor het debat had hier harder mogen op reageren, maar verdronk in wolligheid. Ook een probleem.

De crux van het onderwijsdebat? Iedereen neemt zichzelf en zijn eigen leerschool of die van zijn kinderen als norm en vindt zich op grond daarvan een expert. Liever afgeven op het systeem en niet willen zien dat men als ouder of leerling vaak zelf aan de basis ligt van het probleem. En vroeger was altijd beter, uiteraard. Maar welke boodschap hebben wij in de dagelijkse praktijk nu aan dit nostalgisch gemijmer? De wereld is veranderd, de maatschappij is niet meer dezelfde van veertig jaar geleden, of we dat nu ‘leuk’ vinden of niet. Ik kan in deze snel veranderende wereld weinig meer doen dan dagelijks mijn lessen zo goed mogelijk proberen te geven, weigeren om het cynisme en lui extremisme mijn klas te laten binnensluipen en leerlingen handvatten aanreiken om open van geest, kritisch en met mededogen in het leven te staan. Lesgeven kan op die manier een fantastische job zijn en is dat vaak ook. Ik zou dan ook graag de mij resterende vijf jaren nog op dezelfde manier willen volmaken. Si on me laisse faire. Maar ouders en politici die het beter weten, nodig ik uit om het eens een paar weken van me over te nemen. Dat wordt pas pretpedagogie. Intussen ga ik op een zonnig terras zitten in de Dordogne. Ze mogen me bellen wanneer ze vinden dat ik misschien toch beter de klassen terug van hen overneem. En dat ik mijn vakanties mag houden.