Het automaanse rijk

Er zijn nog zekerheden in het leven. De verkiezingen naderen en de besturende partijen die al jaren, zeg maar decennia, van Lokeren een zadelonvriendelijk en kettinggeselend hobbelparcours maken, ontdekken opnieuw de fiets. De VLD klopt zich op de borst dat ze recent, hoera, twee fietsstraten hebben ingevoerd waar auto’s fietsers niet mogen inhalen. Lees: ze zullen aan de ingang van twee straten een bordje hangen met de vermelding ‘fietsstraat’. Dat is iets heel anders (begin augustus waren er nog geen te bespeuren - de bordjes zijn naar verluidt besteld). Vrijdag nog drumde een autofreak me in ‘fietsstraat Voermanstraat’ van de baan terwijl hij druk gesticulerend het halve voetpad kon meenemen. CD&V maakt van “Koning Fiets” zelfs het speerpunt van haar lokale campagne. Maar dan toch niet met de V van Velo. Ik heb bijvoorbeeld hun boegbeeld Liebaut nog nooit op een fiets kunnen betrappen. Wie dat wel doet, mag me alsnog een foto doormailen.

Daar bovenop heeft de fiets een diversiteitsprobleem. Volgens de Londense fietsschepen Will Norman is fietsen “te wit, te mannelijk en te middle class.” Dat klopt niet helemaal, vind ik. Vrouwen fietsen in de dagelijkse praktijk zeker zoveel als mannen en ook in het weekend hijsen ze zich stilaan massaal in koerstenue om gesponsord door verzekeringskantoren, buurtcafés en vlees- en bandencentrales de weg op te gaan. Dat fietsen evenwel “te wit” is, daar kan ik het mee eens zijn. Zo zie ik zie nauwelijks Lokeraars met een Turkse achtergrond fietsen. Niet in de stad, niet op de dijkpaden van Durme of Schelde. Daar ooit al in het wiel gehangen van een Omar of Hadise met forse billen? Met zeemvellen om hun Dardanellen? Waaraan dat ligt? Gezondheid, milieu, verkeersdrukte, het zal allemaal wel, maar fietsen is voor deze statusgevoelige medeburger, vermoed ik, gewoon geen stoere manier om zich te verplaatsen. Helaas.

En de Lokeraar kent ze intussen goed, de dure bakken met gepersonaliseerde nummerplaten als TNR, HKN, M-1, Taskin en zelfs 1453, het jaar waarin sultan Mehmet Constantinopel veroverde en tot Istanbul herdoopte. Dat laatste een ode op vier wielen aan het Ottomaanse rijk dat intussen de would-be sultan in Ankara met harde hand probeert te herstellen. De klassieke Mercedes of Audi heeft hier stilaan afgedaan. Doe Mehmet vandaag maar een Porsche of een Maserati of een BMW i8. Ideaal om in Lokeren van pakweg de Hovenierstraat of de Heirbrugstraat sigaretten te gaan kopen op het Zand en met hoog showtimegehalte en (Erdo)gangsterflair nog wat meer fijn stof door de smalle centrumstraten te jagen. Arabam evim. Mijn auto mijn huis, een Turkse variant van de Vlaamse baksteen in de maag.

Een Turk op een fiets? Dat moet iemand zijn die een date gehad heeft met politierechter Peter D’Hondt? Door een uit de hand gelopen trouwstoet op de E17 of iets soortgelijks? Ik ben fan van D’Hondt: een veroordeling van een hele roedel toeterturken tot ettelijke duizenden euro’s boete, drie tot vijf jaar rijverbod en drie verbeurd verklaarde auto’s, dat noem ik pas gerechtelijke ballen aan het lijf hebben. Gaan we die idioten dan binnenkort eindelijk op de fiets zien? Ik vrees er voor. Opa Mustafa is niet uit Emirdag naar Lokeren komen wonen om zijn nazaten zich hier te zien verplaatsen met een stalen versie van zijn Anatolische ezel en zo de risee van zijn hele gemeenschap te worden. Trouwens, het Turks heeft zelfs geen eigen woord voor fiets, alleen het Franse leenwoord ‘bisiklet’. Neen, het Ottomaanse rijk heeft ook in Lokeren en omgeving alvast stevig voet aan de grond gekregen. Met de nadruk op ‘Otto’. In het schoon Vlaams: het automaanse rijk.