Bij Roza

Net terug van een heel frisse fietstocht van een vijftigtal kilometer. Had de indruk dat half Vlaanderen zich vandaag in een zeemvel had gehesen en dat niet alleen voor de Ronde voor wielertoeristen. Wat weer opviel: zovele spuuglelijke outfits, met reclame voor vleeshallen, schrijnwerken of Café bij de Jos, om maar iets te zeggen. Ik ga altijd voor een neutraal truitje, en vandaag voor een gewone windstopper in effen geel fluo, geen luxe bij dit aanhoudende kille weer.

Zo blij dat er weer koers in het land is. Schone strijd al gezien, dit jaar, in de Strade Bianche (Benoot!), Gent-Wevelgem (Sagan!) en Dwars door Vlaanderen (Lampaert! – met een ‘machtih’ West-Vlaamse commentaar na de koers). Alleen de Omloop viel wat tegen: iedereen die naar iedereen keek, liever niet verloor dan te winnen en als derde hond een Deense winnaar. Ik was wel naar de start gaan kijken en vooral naar al die juweeltjes van fietsen (fietsporno las ik deze week ergens). Morgen dan de Ronde van Vlaanderen. Mijn pronostiek: 1. Vanmarcke (die profiteert van de rivaliteit van) 2. Sagan en 3. Van Avermaet. Het zou Sepp gegund zijn. Alleen doen zijn roze shirt en helm zeer aan mijn ogen.

Maar, ik schrijf dit om aandacht te vragen voor een in menig opzichten unieke foto die ik van een oude buurman kreeg, van een ‘wielerclub’, ik denk uit het begin van de 20ste eeuw, genomen in de studio van fotograaf J. Van Brabant – Lokeren. Volgens de op de achterzijde bijgeschreven tekst was dit een club “gevestigd op de Kouter bij Roza Wuylens”. De fier poserende ‘coureurs’ blijken zes broers Gysens te zijn, van links naar rechts (en allicht ook van jong naar oud – afgaande op de omvang van hun snorren): Ernest, Alfons, Leon, Prosper, Gustaaf en Romain. Hier niets geen flashy outfit (met opschrift ‘Café bij Roza’ of zo), maar een kostuumvest met in drie gevallen nog een ondervest. Fietsen met ballonbanden en een ossenstuur. Dat wijst er op dat ze zich dit konden veroorloven en dus niet onbemiddeld waren. Romain heeft een bel, Leon, Prosper en Gustaaf een claxontoeter, en Ernest en Alfons niets. Zij moesten allicht roepen als ze er aan kwamen.

In deze week waarin op radio en televisie zo veel te doen was over het M-decreet en inclusie van mensen met een beperking, geeft deze foto te zien dat inclusie al iets van honderd jaar geleden was. Ernest valt bij zijn oudere broers wat uit de toon en heeft een lichamelijk beperking, een bochel misschien? Dat belet hem alleszins niet om fier te poseren in dezelfde club! En dan onze wielerminnende Roza? Helaas staat zij niet mee op de foto. In mijn warme verbeelding is zij een struise cafébazin, met een hart voor de koers en een boezem die groot genoeg is om al haar fietsende jongens tegelijk tegen aan te drukken.

Ik probeer het me voor te stellen: deze zes koersbroers op zonnige dagen achter elkaar op de fiets door Lokeren en over de veld- en kasseiwegen van het omliggende. Ze zullen wel bekijks gehad hebben. En misschien lagen de wegen er toen niet eens veel slechter bij dan nu. Op mijn wekelijkse tocht die me tot in Gent voert (de krant, weet u intussen wel al), is het fietscomfort nergens zo vreselijk als in mijn eigen stad. De aansluiting van het fietspad langs de spoorlijn en de Touwstraat is nog altijd gevaarlijk. De Durmelaan is aan de zijkanten aan het verkruimelen (wat een brokkelig geluid geeft wanneer je er over rijdt). De verkeersdrempel van de Groentemarkt ligt zo schots en scheef dat je moet opletten om niet tussen de voegen te blijven steken. En de kasseien van de Markt en de Kerkstraat zijn een marteling voor het zitvlak, zeker voor wie zoals ik over niet al te veel vering van bilvlees beschikt. Met de 860.000 euro die de belastingverlaging van vorig jaar aan de Lokerse stadskas kostte, zou men nogal wat fietsinfrastructuur kunnen updaten!

Als dus morgen Vanmarcke wint, in zijn roze trui, pink ik (flauwe woordspeling) een traan weg en drink ik er een op roze Sepp, én op Roza en haar jongens, op een hopelijk zonnig avondterras in de Dordogne.