Tabbladen

Niets geen witte of groene kerst vandaag. Uit mijn raam oogt de wereld grijs, op de groene pistachebollen van de nieuwe moskee na. Ik zucht, maar niet te diep, want na een alarmerend rapport over fijn stof in de ‘street canyons’ van Vlaamse steden, aangeleverd door het airbezenonderzoek van de Universiteit Antwerpen, let ik meer dan anders op mijn ademhaling. Mijn luchtpijp en bronchiën willen nog wat jaren ruis- en pieploos mee. En dus denk ik met onmogelijk verlangen vijf maanden terug, aan onze bergvakantie in Nauders, Oostenrijk, waar ademen een feest was (de politiek daar dezer dagen wat minder). Hopelijk brengen de net aangeplante vier leilinden achteraan in mijn tuin op tijd wat groen soelaas in een steeds kaler wordend Lokeren.

Een voor een vouwden zich de voorbije weken en dagen de openstaande tabbladen van mijn soms te drukke leven dicht. Het afgelopen schoolsemester? Op vlak van beleid en organisatie een om snel en gemakkelijk te vergeten. Het jaarboek van de regionale geschiedkundige kring? Bijna vierhonderd bladzijden redactioneel werk, met daar bovenop het tussen pot en iets te veel pint toegezegde voorzitterschap van een novembercolloquium over het intussen systematisch ontbost, verkaveld en/of ondergespoten Wase landschap. Als ook het landschap in de historiografie van vandaag een personage kan zijn, dan verdient het Waasland het sombere statuut van oorlogsslachtoffer van de milities van ‘projectontwikkelaars’, bewapend door de lokale zetbazen van ‘ruimtelijke ordening’. Misschien moet ik me, als ik ooit zou verhuizen, ergens als betonvluchteling aanmelden. Oostenrijk?

Trouwens, enkele weken terug werden die woorden en uitdrukkingen gekozen die we met zijn allen het liefst zouden schrappen uit de taal. Ik heb zo iets van, dagdagelijks, naar de toekomst toe, eigenlijk, de kids, leuk. Van mij mag daar het woord ‘project’ bij, bij voorkeur in combinatie met ‘ontwikkelaar’. Een zoveelste geld draaiende copy-paste van blokkendozen, een zoveelste dicht opeen geklutst huisje-tuintjeverkaveling voorstellen als een ‘project’? Of, een recentere bouwkip met gouden eieren: de ‘assistentiewoning’, in veelvoud op te trekken aan een btw-tarief van 6%, om ze dan met meer winst te verkopen. In Lokeren krijgen betonboeren zelfs carte blanche om een stuk van de binnenstad opnieuw aan te leggen in ruil voor de verkregen doorsteek door het Cultureel Centrum richting hun ‘bouwproject’. Resultaat: een grijze kasseivlakte op het Sint-Laurentiusplein en een Torenstraat waarvan het postkaartgehalte primeert op de toegankelijkheid (en de kans gemist werd om de straat nu eindelijk ook voor mensen met een beperkte mobiliteit aantrekkelijk te maken).

Tabblad Gent? Hoera, de laatste lessen zijn achter de rug. Nog slechts twee vakken (en een scriptie) scheidden me bij het begin van dit academiejaar van een masterdiploma geschiedenis. Een daarvan, een onderzoekseminarie over hoe vooral de Nederlanders in de 17de en 18de eeuw omgingen met nieuwe religies en culturen waarmee ze als kolonisatoren in aanraking kwamen, heb ik vorige week al achter mij gelaten, met een lespresentatie en een paper. Het lesonderwerp over een publicatie uit 1651 over het 'hindoeïsme', de paper over de spanning tussen loyaliteit en afkomst bij de eerste zwarte in Leiden afgestudeerde predikant (in 1742), die als voormalige slaaf betoogt dat er geen tegenstrijdigheid is tussen slavernij en christelijk geloof. En nu ligt alleen het vak numismatiek van de oudheid nog op mijn bord, als een stevig dessert van een uitdagend, maar soms uitputtend studiemenu.

Kerstdagen. Tijd om even bij te komen, bij voorkeur weg van de ‘winkelbeleving’, de fake kerstmanmuzak en de holle boodschappen. Ik lonk naar buiten, naar de voorbij jagende wolken, naar mijn snelle fiets, waarvan mijn billen vergeten zijn hoe het zadel aanvoelt en droom me al op het jaagpad langs de Schelde. Die lang gemiste weeë geur van het slijk van de uiterwaarden, morgen moet het er eindelijk eens van komen. Maar eerst een kerstmaal met kroketten en een stronk, toch?