Et in Arcadia ego

De eerste week van april in het paradijs vertoefd. Tenminste, in dat deel van Frankrijk dat voor mij het dichtst dat paradijs benadert, de streek rond Les Eyzies-de-Tayac, in de Périgord Noir. Onze voorouders moeten dat 20.000 jaar geleden ook al beseft hebben, op de vlucht voor de ijstijd in onze eigen regio, zoals we bevestigd hoorden bij een geleid bezoek aan een gemoderniseerde en ditmaal volledige replica van de beroemde grot van Lascaux in Montignac. Ze vonden in de vallei van de Vézère naar verluidt alles wat ze nodig hadden: eten en drinken in overvloed, en beschutting voor het gure klimaat van het noorden. Voor ons weliswaar geen grot- of rotswoning, maar een comfortabele vakantiegîte, met zeker ook genoeg te eten en (vooral) te drinken, én een weldadige zon en temperaturen die de schrale kilte (letterlijk en figuurlijk) van thuis deden vergeten.

Het paradijs. Een diep-Frans Arcadia, naar de beboste landstreek uit midden-Griekenland die met helder water, fluitende vogels en een eeuwige zomer spreekwoordelijk geworden is voor genieten. Een pastorale utopie, in de oudheid door Vergilius geschapen.

Vele tientallen kilometers hebben we in dit stevig glooiend en historisch landschap gewandeld, langs goed aangegeven paden. De lange winter uitgezweet. De longen gezuiverd van fijn en ander stof. Nagedacht nog over die vreemde vraag op het examen theoretische geschiedenis, in januari, waarin ik verzocht werd om de uitspraak “modern history started with a landscape” te becommentariëren. Een beproeving voor de verbeelding was het, in een lelijk auditorium, aan een klapstoeltje (lees: krap stoeltje) en met een schel ziekenhuislicht boven ons blad. Hier is het ‘landscape’ geen strenge vraag, maar een genadig antwoord. Teruggedacht ook aan de voorbije maanden van sterven en dood. Gezien hoe de bomen, nu ze in de vroege lente kwetsbaar naakt nog waren, zich in bochten naar de hemel wrongen, nergens recht. En pijnlijk diep beseft dat wij, in doen en denken, lijf en leden, uit datzelfde kromme hout groeien. “Aus so krommen Holze, als woraus der Mensch gemacht ist, kann nichts ganz Gerades gezimmert werden”, volgens Immanuel Kant.

Et in Arcadia ego. Ook in Arcadië weet ik me (meer dan elders) tijdelijk.

Toeristisch naschrift:

Rond de nieuwe Lascauxreplica is een gans nieuw (belevings)museum gebouwd, open sinds december, maar wat vooral bijblijft is de dictatuur van de moderne architectuur en het digitale tijdperk. Voor elke bezoeker een tablet, waaruit een pathetisch Frans schalt en verder wat rommelige 3D-animaties die eerder aan een slechte remake van Startrek doen denken. Ik vroeg aan de balie of er ook affiches te krijgen waren, voor in de klas, maar neen: de architecten vonden affiches niet passen in het concept van de kale muren – bedoeld om de bezoeker een grotgevoel te geven. Alhoewel: de Cro-magnons hadden toch geen moeite met het decoreren van muren? Evenmin doorverwijsinformatie over het rijke en toch ook moderne Musée Nationale de la Préhistoire in Les Eyzies, of andere echte grotten met een schat aan muurkunst, zoals die in Rouffignac of de Abri de Cap Blanc. Bezoekers wezen gewaarschuwd!