Blik op de weg

11 maart. Eindelijk in korte koersbroek de weg opgegaan, een milde zuidwestenwind strelend langs mijn winterbleke fietsbenen. Vrolijk Zefiro torna van Monteverdi uit 1632 fluitend, een van zijn mooiste madrigalen. “Zefiro torna e di soavi accenti l’aer fa grato.” De Zephyrus is de mythologische wind die de lente aanvoert en “met zoete toetsen de lucht aangenaam maakt.” Een graad of tien moet het geweest zijn bij het vroege vertrek, vijftien bij aankomst rond de middag. De weiden lagen te blinken onder een voorzichtige zon. Je hoorde de sappen stromen in de takken van nog kale bomen.

Maar in het heldere licht van deze maartse zaterdag, het helderste sinds maanden, ook de weg meer dan ooit bezaaid gezien met blikjes, blinkend in de bermen. Ik zou ze tellen, van in de Lokerse Touwstraat, langs de spoorweg richting Oudenbos en zo verder richting Gent, maar tegen dat ik aan het station van Beervelde kwam, was ik de tel al kwijt. Vele tientallen waren het er, leeggedronken, platgedrukt of niet, en lichtzinnig weggeworpen. Mijn ergernis om dit achteloze vuil steeg met de kilometer. Ik dacht aan die boer, enkele weken geleden op televisie, die met de tranen in de ogen stond te kijken op een koe die inwendig lag dood te bloeden door het eten van bliksplinters in het verhakselde hooi van zijn weiden. En het was de tweede keer in twee jaar dat hem dit overkwam, vertelde hij meewarig en kwaad ook in de camera. Een koe die een pijnlijke dood sterft door bijvoorbeeld een blikje Red Bull. Hoe kwalijk zot voor woorden.

Zolang onze overheden er niet in slagen om statiegeld op blikjes en bij uitbreiding plastic flessen verplicht te maken, zullen onze bermen met tonnen van dat zwerfvuil bezaaid blijven liggen. Ooit was ik in Berlijn, en daar zag je niets van dat alles in goten, op pleinen en straten. Zelfs het kleinste plastic flesje water uit de Aldi was er goed voor tien centiemen statiegeld. En wanneer je op een bankje iets zat te drinken, draaide er altijd wel een man of vrouw of kind met grote zak rond om achteraf het lege blikje of flesje te mogen hebben. Ze waren (en zijn) overal inwisselbaar in de inkomhal van supermarkten, ongeacht of je het er gekocht hebt of niet. Je dropt ze in een automaat die netjes een tegoedbon uitprint. Zo simpel ‘schaffen’ ze ‘das’ daar.

Hier in België, met onze vier milieuministers en dus een overtal aan administratie en mensen wier werk in er vooral in bestaat om te zeggen wat allemaal niet kan of o zo moeilijk is om af te dwingen, stapelt het vuil zich op langs de wegen die we wandelen en fietsen. Die paar procenten asocialen die weggooien van afval vanzelfsprekend vinden, blijven zo de ergernis van alle overigen voeden. Hier zouden boeren en milieubewuste mensen elkaar toch moeten kunnen vinden, is het niet, Joke? En dan kunnen we eindelijk grotendeels af van weliswaar goed bedoelde, maar schaamtelijke zwerfvuilacties, zoals gisteren ook in Lokeren. Tientallen vrijwilligers die zelf nog geen snoepwikkel zouden weggooien, mogen voor een pannenkoek en een drankje als beloning achteraf de hele dag andermans vuil opruimen, in deze jaarlijkse hoogmis van netheid als schaamlap voor een falende overheid. Zelf heb ik na het fietsen in mijn zetel naar de aankomst van Milaan-San Remo zitten kijken. Mijn eigen en enige blik op de weg.