Linde

Oktober was droog, zeer droog. Het regende amper, behalve dan tijdens die twee zaterdagvoormiddagen dat ik wou gaan fietsen. Geen water in de grachten, de wegen stoffig, de schrale wind overwegend van over land, uit het noordoosten. Ook mijn schrijfbedding raakte uitgedroogd. Niet dat er niets was om over te berichten. De Nobelprijs literatuur voor Bob Dylan bijvoorbeeld (waar ik op Amos Oz had gegokt). In de officiële motivatie voor deze voor mij toch wel verrassende toekenning een verwijzing zelfs naar Homerus en de traditie van de ‘oral poetry’. Voor dit argument kon ik niet anders dan deemoedig het hoofd buigen. Of had ik het moeten hebben over de plotse dwaze angst voor horrorclowns, waarmee een extra bange zenuw van de zo al bange Belg werd geraakt? Of over Trump, om bij de horrorclowns te blijven?

Ik geef toe dat ik de voorbije weken gewoonweg niet aan schrijven toe kwam. Teveel schoolwerk, teveel lees- en paperwerk in het kader van dat masterjaar geschiedenis dat ik nu wil afwerken. Ook mijn weifelende geest, over wat belangrijk is en wat niet, en verregaande relativering van de waan van de dag slepen dorre geulen in mijn talige wereld.

Het was een stokoude en holle linde die me er dit weekend bovenop hielp. In een noordelijke uithoek van Lokeren, in een vork van twee landwegen stond (wat restte van) een naar schatting 200 jaar oude kapelboom, een relict van volksdevotie en Mariaverering. De daar geplande rioleringswerken maakten dat hij zou moeten verdwijnen. Onderhandelingen met het stadsbestuur over het ontzien van deze boom (door de buizen een meter te verleggen) en zelfs een officieel bezwaarschrift waarvoor de hele buurt tekende, leverden niets op. Het zeer liberale signaal dat de afgelopen week vanop het stadhuis klonk, was duidelijk: “Ofwel graven jullie hem zelf uit en verplanten jullie hem, ofwel zagen we hem volgende week onherroepelijk om.” Onder het motto ‘niet zagen, maar doen’ namen buurtbewoners de uitdaging aan om de linde op vrijdag 11 november dan maar zelf uit te graven en een nieuwe bestemming te geven. Van de bevoegde schepen mocht hij opzij van de Pontweg en het fietspad Lokeren-Eksaarde komen, naast, maar ook niet te dicht bij de (overigens spuuglelijke) ‘troon van koning Nobel’, om te beletten “dat de bladeren op de troon zouden belanden”…

Getuige te zijn van dit uitgraven en zelf de spade te mogen hanteren om dit ecologisch erfgoed van de kap te redden, gaf me een boost van energie. De deugddoende zorg waarmee Paul, Nico, Bram en anderen met de boom omgingen, steekt scherp af bij de achteloosheid waarmee dit stadsbestuur kapvergunningen aflevert, soms wel een heraanplant oplegt, maar de mensen en middelen niet heeft om de naleving hiervan te controleren, laat staan af te dwingen. Noem het naïef, dit graafwerk en met een kraan aan een slakkengang heel voorzichtig een kreupele linde langs de Heirlandstraat, de Eikelstraat en de Pontweg een nieuwe groeiplaats te willen geven, maar wat een geweldige naïviteit toch, in een wereld die in cynisme dreigt te verzinken.

Nico plengde bij de herplanting een trappist en een Gageleer op de wortels van de boom en we brachten een toast uit op zijn toekomst. En misschien moeten we dit initiatief maar als voorbeeld nemen voor wat mensen vermogen. Ik heb eerder al de Engelse historicus Eric Hobsbawn geciteerd, maar wil het hier graag nogmaals doen: "Let us not disarm, even in unsatisfactory times. The world will not get better of its own." Niet zagen, maar doen dus, en in dit geval letterlijk.

(neem ook een kijkje op: https://www.facebook.com/daknamsemeersen)