Schreeuwlandschappen

Hoe onwezenlijk wreed is het om als moeder je dochtertje van twaalf voor je te zien wegskiën, de berg af en het leven uit. Opgetild over een kwalijke rand. Sneeuwlandschap wordt schreeuwlandschap. De kleine Elena, leerlinge uit de eerste Latijnse van mijn school, is gisteren begraven. Als ik over enkele jaren haar klasgenootjes van nu voor me zal hebben en hen in mijn lessen ontvoer naar Troje en vertel over haar om wie het allemaal begon, zal ik deze naam met schroom uitspreken, door haar voor wie het leven veel te vroeg eindigde. Een schaduw van nog recent verdriet zal dan komen te liggen over dit eeuwenoud verhaal van oogverblindende en dodelijke schoonheid. Helena’s van vroeger en nu.

Hoe onwezenlijk wreed is het om ’s morgens na het ontbijt, in de deur van je huis of aan de telefoon afscheid te nemen van je geliefden, en hen nooit meer terug te zien omdat ze de pech hadden te botsen op iemand die het leven zo haatte dat hij zichzelf en zoveel mogelijk anderen dood wou. Kleine en grote criminelen die daarenboven de uitzichtloosheid van hun lege bestaan alsnog zinvol dachten te maken door het te overgieten met de zure religieuze saus van strijd tegen de ongelovigen en de creatie van een grimmige heilstaat. En daarom van een luchthavenhal en een metrostation een zoveelste schreeuwlandschap maakten.

Ik begrijp het niet. Ik heb hier geen woorden meer voor. Alleen nog emotie, veel emotie, boosheid en verdriet, die uitputten en moe maken. Is het de leeftijd (ouderdom)? Ik merk al enkele jaren bij mezelf hoe de tranen makkelijker komen. Alsof mijn ogen, vensters op de wereld, steeds dunner worden en zich laten raken door eender wat, een mooi gebaar, een pakkend interview, een doorleefd lied. Ik zag ze onlangs ook enkele keren bij president Obama, op een dag na even oud als ik, de tranen van verontwaardiging of ontroering. Ik kon na de aanslagen in Brussel geen getuigenis meer horen van overlevenden, geen herdenkingswake meer zien waar ook te lande (een mooie en deugddoende meegemaakt op paaszaterdag in Lokeren), of de wereld werd een waas. Zoals Homerus het heeft over de ‘grijze zee’ waarover Achilles uitkijkt, wanneer hij zit te wenen om het verlies van zijn geliefde Briseïs.

De aanhoudende beeldenstroom en slimme commentaren kon ik op de duur niet meer aanzien of –horen, en dus was ik opgelucht me in een huisje in de Dordogne een week lang te kunnen afsluiten van alle berichtgeving. Me overgeven aan een ontwakend lentelandschap, dat elk jaar vertrouwder wordt. Een landschap dat niet schreeuwt, maar omarmt en troost, de geest leegmaakt en ontspant. En rustig laat schrijven aan die bachelorpaper die volgende maand moet klaar zijn. Je kan er goed eten en wijn drinken, en kopen, bij een vertrouwde biowijnboer in Ribagnac. Wijn gemaakt van Merlot- en Malbecdruiven, vertelde de wijnvrouw (of hoe zeg je dit) ons. Malbec? Dat klonk even als een metrostation in Brussel, ver weg. En samen brachten we een toost uit op de vrijheid en het genieten, dat we ons niet mogen laten afnemen, nog door geen duizend Allahu Akbar brullende levenshaters.