Mijn klein geluk

Vorige week hoorde ik in het regionaal TV-nieuws een jong CD&V-politicus uit mijn geboortestad Sint-Niklaas heel bloemig pleiten voor de aanstelling van een Schepen van Geluk. Een beleidsmaker die het geluk van zijn stadsgenoten verzorgt en waakt over hun welbevinden, dat was wat mensen volgens deze would-be Phil Bosmans nodig hadden in deze barre ongelukstijden. Nu weet ik dat de CD&V-politici in Sint-Niklaas momenteel heel ongelukkig zijn in hun oppositierol, na eeuwen van besturen, maar met wollige programmapunten als dit gaan ze het niet redden in 2018, vrees ik (lees: hoop ik). Trouwens, vele mensen tonen zich vandaag al terughoudend om hun vingerafdrukken ter beschikking te stellen van de Jan Jambons van deze wereld, laat staat dat ze zomaar hun zielsafdruk aan een politicus (van om het even welke kleur) zouden toevertrouwen. Toen de reporter op de donderdagmarkt peilde naar het enthousiasme voor dit voorstel klonk het dan ook uit de mond van een wijze Sint-Niklazenaar (ze bestaan!) dat onze mate van geluk een heel persoonlijke zaak is, en dat we daar zeker geen aparte schepen, staatssecretaris of minister voor nodig hebben.

Meer nog. Als onze mate van geluk samenhangt met onze gezondheid, wat ik écht steek vind houden, dan moet onze jonge vriend in zijn eigen partij maar eens beginnen ijveren voor bijvoorbeeld propere lucht, dacht ik toen ik hem bezig hoorde. De luchtkwaliteit in België en vooral Vlaanderen is, op die in Montenegro na – een roetvlek in de Balkan, de slechtste in heel Europa, bleek uit een recente studie. En onderwijl blijven zijn partijgenoten in België volop de salariswagens steunen, staat zijn voorzitter mee te blinken op het podium van Kom op tegen Kanker en houden ze in het Europees parlement de verstrenging van de uitstootnormen voor dieselwagens tegen (‘Wir husten das’). Daar iets aan doen, zou mijn geluk alvast meteen sterk doen toenemen.

Vreemd trouwens dat van dit woord, dat we wel in het meervoud beleven, geen meervoud bestaat. Aan de andere kant ook goed dat het niet met hoofdletter wordt geschreven. Het geluk verdraagt geen hoofdletter, want wordt dan snel iets dwingends. Een Dictaat van Welbevinden, goed voor dolende CD&V-missionarissen.

Bij deze een poging om mijn eigen klein februarigeluk onder woorden te brengen, in onbeduidend (maar retorisch weldadig) drievoud. De onverhoopte 15 op 20 voor het vak statistiek, terwijl ik dacht dat mijn punten eerder zouden flirten met die voor een tweede zittijd. Ik heb dan ook dagenlang linksscheef gezweefd op de top van een euforiecurve. Taalgeluk: in een vertaling van een Grieks Homerusvers bij een leerlinge gelezen dat “het hart van de bange Paris hamerde in zijn borst.” Het originele werkwoord betekende letterlijk “plat geslagen worden”, maar ik vond de associatie tussen wat er stond en wat ze schreef zo mooi en treffend dat ik me dit ga blijven herinneren. Tenslotte, en vreemd genoeg ook: griep hebben vorige week, mijn wereld herleid zien worden tot een snotrijk slaaphol onder mijn dekens, met als gevolg dat ik voor het eerst in jaren het vertrek in Gent van de Omloop Het Nieuwsblad moest missen, en me toch gelukkig weten in de gedachte dat ik na enkele dagen uitzieken opnieuw beter zou zijn. En dat geldt wreed genoeg niet voor iedereen die ziek wordt, weet ik intussen vanuit mijn nabije omgeving.

Tot daar een beetje februari. Er was natuurlijk ook meer, maar het is intussen maart en ik verlang naar lente en warmte en mijn kersenboom in bloei.