De beuk van Adonis

Wat zijn dat voor tijden, waarin
een gesprek over bomen haast een misdrijf is
omdat het een zwijgen over zoveel wandaden bevat!
(Bertolt Brecht, Aan wie na ons komen)

Daarnet een paniekerig sms-berichtje gekregen van een vriend, met de melding dat die mooie beuk in de Beukenlaan was omgezaagd, gevolgd door ettelijke uitroep- en vraagtekens. Ik meteen op mijn fiets om te gaan kijken. Onderweg spookten allerlei gedachten door mijn hoofd, van de strijd die we tien jaar geleden geleverd hadden om hem van de kap te redden, tot mogelijke reacties van boosheid indien het bericht waar zou zijn. Ik zag mezelf het straatnaambord van de Beukenlaan al overschilderen in Beuken-weg en ging steeds sneller trappen.

Gelukkig bleek het loos alarm. Een belendend perceel was gekapt en bouwrijp gemaakt, ja. Daarbij was toch ook (helaas) een stevige boom moeten sneuvelen, maar het was niet ‘mijn’ rode beuk. Toch is het goed dat vrienden hier mee een oogje in het zeil houden, want in bouwlustig Lokeren waar natuur en milieu geen prioriteiten zijn, weet je maar nooit.

Dit vraagt om toelichting. In sprookjesvorm, compleet met happy end. Er was eens, zo’n tien jaar geleden, een mooi groen perceel op de hoek van de Beukenlaan en de Oude Heerweg, met centraal een majestueuze rode beuk. Omdat de eigenaar het stuk grond wou verkavelen en daarvoor de vereiste stedenbouwkundige vergunningen had verkregen, diende ook deze imposante beuk te worden gekapt. In het boek Groen Lokeren, een beeld van natuur en landschap in Lokeren, Daknam en Eksaarde uit 1999 – een boek dat nota bene door de stad zelf was uitgegeven – stond hij nochtans uitdrukkelijk vermeld als merkwaardig en waardevol en een ware blikvanger voor de straat. Zijn stamomtrek bedroeg toen 3,65 meter, wat hem volgens André Verstraeten, één van de auteurs van het boek, ongeveer een eeuw oud maakte.

Tijd dus voor actie! Mezelf vastketenen aan de stam, of een boomhut bouwen om vandaaruit de kranen en kettingzagen op te wachten, zag ik niet meteen zitten. Maar samen met enkele kompanen een website Requiem voor een Beuk in elkaar boksen, dat wel. In het pre-facebooktijdperk konden mensen daar dan hun rouwbericht kwijt om deze ten dode opgeschreven boom. Tegelijk stapte de vzw Durme naar de rechtbank met een kortgeding om de kapvergunning in te trekken. Ik had namelijk ook achterhaald dat deze buitengewoon slordig was opgesteld en slecht gemotiveerd. In twee weken tijd haalden we een 700-tal steunberichten binnen, geen slecht resultaat. Uiteraard ook enkele haatboodschappen (bv. dat ik, groene fundamentalist en boomknuffelaar, aan de hoogste tak diende opgeknoopt te worden). Spannend allemaal. De pers besteedde ruime aandacht aan onze actie en zelfs de regionale televisie maakte er een stukje over. Gevolg van de heisa was dat nog vóór de uitspraak van de rechtbank het stadsbestuur overstag ging en besloot het perceel met de beuk zelf te aan te kopen en op die manier de boom te vrijwaren. Op de overige kavels kon de bouwheer dan alsnog zijn ding doen.

En omdat de geschiedenis van het perceel me interesseerde, was ik verder gaan zoeken. Zo achterhaalde ik dat in 1899 volksvertegenwoordiger Auguste Raemdonck, die een kasteeltje met uitgestrekt parkdomein bewoonde aan de huidige Uebergdreef (de zogenaamde Kattenberg –nu ook te koop), dit stuk grond verkocht aan Adonis Bayot, regent aan de rijksmiddelbare school in de Groendreef. In 1902 liet Bayot hier een klein chalet bouwen als buitenverblijf (hij woonde in de huidige Torenstraat!) en legde hij er een tuin aan. Zo kreeg de grote rode beuk nog meer betekenis, omdat het heel goed denkbaar was dat Adonis Bayot hem zelf geplant had. We hadden dus zijn natuurlijke erfenis gered. De beuk van Adonis!

Telkens wanneer ik met mijn leerlingen Latijn Vergilius’ eerste ecloge lees, met de beroemde aanhef Tityre tu, patulae recubans sub tegmine fagi – jij Tityrus, die daar languit ligt onder het beschuttende bladerdak van een wijdvertakte beuk –, denk ik aan deze strijdbare weken. En vanop het fietspad breng ik de rode beuk steevast mijn groene groet.