Alarmfase vier

Wekenlang hebben p-waarden, t-testen, z-scores en aanverwante alfabetsymboliek mijn schrijfbrein verlamd. Mijn denken had een statistische transformatie ondergaan. In dode momenten betrapte ik er mezelf op formules van betrouwbaarheidsintervallen, gemiddelde groeivoeten en regressievergelijkingen in de lucht te tekenen. In een nachtmerrie stond ik aan het examenlokaal zonder rekentoestel – thuis vergeten, waarop ik zwetend wakker werd en de slaap niet meer kon vatten. Dat examen is nu een week achter de rug en nog is de stress niet geweken. Want het wordt nipt, vrees ik, met punten die zo rond de helft zullen draaien. Zelfs de meest ongelovigen in mijn omgeving hebben me al aangeboden kaarsen te branden voor een goed resultaat. En mijn leerlingen houden me nu mijn eigen strengheid tegenover hen voor als spiegel, waarin ik nog even niet durf te kijken, in afwachting van het behaalde cijfer.

Wat ik heb onthouden van de maanden december en januari is mager. Twee uitstapjes in de kerstvakantie, een naar Louvain-la-Neuve (mooi Hergémuseum met een tijdelijke tentoonstelling over Hugo Pratt, geestelijke vader van Corto Maltese – mijn lonesome striphero), en een naar Bergen/Mons (boeiend biografisch overzicht van de Franse dichter Verlaine), met een zijdelings bezoek ook aan de WOI-begraafplaats in Saint-Symphorien, waar zowel de eerste als de laatste gesneuvelde soldaat van het Britse Gemenebest begraven liggen.

Uit het nieuws onthield ik: vluchtelingen, vluchtelingen en nog eens vluchtelingen, de tranen van Obama en de terreurpaniek in Brussel. Van de school: vooral de excellente editie van Den Avond, het jaarlijks revuehoogstandje van mijn zesdejaars, een gebeuren dat andermaal het beste in deze 17-jarigen naar boven haalde.

Maar dan de nieuwsopener van vandaag: vier jongens van 18 en 19 rijden zichzelf op een gewestweg rond Leuven aan hoge snelheid te pletter. Een herkenbaar scenario dat helaas met grote regelmaat het nieuws haalt: jonge gasten vol zelfoverschatting achter het stuur van een voor hen te snelle auto, die zichzelf of andere, vaak kwetsbare weggebruikers, de dood injagen…

We hadden twee weken geleden op school tijdens onze pedagogische studiedag een professor te gast die kwam spreken over recente bevindingen inzake de ontwikkeling van de hersenen van de jongeren waarmee wij dagelijks werken. Zijn conclusie, die al enkele jaren opgeld maakt in meerdere neuropsychologische publicaties, is dat we van hen niet mogen verwachten dat ze zich altijd en in alles als volwassenen gedragen. We mogen hun emotionele en sociale intelligentie niet overschatten. Het brein van jongens bijvoorbeeld is maar op de leeftijd van 22-23 jaar uitgerijpt, blijkt uit wetenschappelijk hersenonderzoek. Onze voorouders die de grens van de meerderjarigheid op 21 jaar (in België tot 1990!) vastlegden, hadden het dus nog zo slecht niet bekeken, dacht ik toen ik hem bezig hoorde. De m.i. populistische verlaging van de burgerlijke meerderjarigheid naar 18 jaar wordt nu ook op wetenschappelijke gronden tegengesproken.

De dreiging van een mogelijke aanslag volstond in dit land om Brussel dagenlang van de buitenwereld af te sluiten, scholen dicht te houden en het leger de straat op te sturen, maar de bijna wekelijkse killing fields op onze wegen zijn me teveel een zaak van trieste gewenning geworden. Kwaad word ik daarvan (en triest). Inzake terreurbestrijding durft nauwelijks iemand bezwaar opperen tegen de veralgemeende inperking van onze vrijheden, maar als het om de auto gaat: ho maar… Had een jonge godsdienstfanaticus zich vandaag in Brussel opgeblazen en twee mensen met zich meegenomen in de dood, dan zou het land nu in paniek zijn en de politici over elkaar rollen met straffe uitspraken. Nu zijn het voor de politiek en de media ‘maar’ vier jonge studenten in een veel te snelle auto en hebben we het morgen alweer over iets anders. In een bijna cynische reactie op dit ongeval schuift de minister van Verkeer de verantwoordelijkheid meteen en gans voorspelbaar door naar het onderwijs dat nu maar eens versneld verkeerseducatie in de nieuwe eindtermen moet opnemen. Nu ben ik daar als leraar op zich niet tegen, maar wat dan met de (on)verantwoordelijkheid om aan die jongeren van 18 veel te snel en te gemakkelijk een rijbewijs uit te reiken? De dwaasheid van ‘rijbewijs op school’ (zoals bij ons op school aan hen wordt aangeboden)? Wat met ons moordend autofundamentalisme van ‘mijn auto, mijn vrijheid’, ook voor nog niet eens volwassen jongeren, kinderen nog? Hoeveel verkeersdoden nog te gaan vooraleer een beleidsmaker (heel) wat verder durft te gaan dan een lullige campagne zoals ‘Luister naar Ray: niet te snel is dik okay’.

Misschien zullen sommigen het niet graag lezen, maar gezien de huidige stand van het wetenschappelijk onderzoek en na dit zoveelste verkeersdrama ben ik er nog meer voor gewonnen de aansprakelijkheidsmeerderjarigheid opnieuw op te trekken tot 21 en deze leeftijd ook in te voeren als grens voor het behalen van een rijbewijs. Argumenten te over toch voor een alarmfase vier voor onze wegen? Wie durft?