Laudato si’

Dat het weer bij ons de voorbije dagen in de war was, mag een understatement zijn. Overdag zweette ik uit mijn hemden en ’s nachts vroeg ik me af hoeveel dekens mijn novemberbed nodig had. Ik hoorde de trekganzen boven mijn huis kwekkend twijfelen tussen noord en zuid, de muggen in mijn slaapkamer beleefden hun tweede jeugd en onze katten wisten bij de zomerse temperaturen helemaal niet meer of ze binnen of buiten wilden zijn.

En terwijl onze vier milieuministers ruzie maken over communautaire winnaars of verliezers van een Belgisch klimaatakkoord en de gesubsidieerde files hier nog nooit zo lang waren, met na al die berichten over sjoemelsoftware hoogst onduidelijke uitstootcijfers, worden elders in de wereld de klimatologische rampen, van tropische stormen tot maanden, zelfs jaren van droogte, alleen maar extremer. Zo overduidelijk fout gaat het stilaan met de aan onze ‘zorg’ toevertrouwde aarde, dat ook de Kerk recent het ecologisch gedachtegoed in de armen heeft gesloten.

Geprezen zij. Met deze aanhef vierde Franciscus van Assisi in zijn beroemde Zonnelied uit 1225 de schepping in termen van broeder (bv. zon) en zuster (bv. maan). Vlak voor de grote vakantie publiceerde paus Franciscus een encycliek met dezelfde titel, een verwijzing naar het gedicht van zijn grote natuurminnende naamgenoot. In een duidelijke groene boodschap vraagt hij aandacht voor urgente problemen als vervuiling, klimaatverandering, waterschaarste en verlies van biodiversiteit, legt hij een verband met globale armoede en geweld én wijst hij op de menselijke verantwoordelijkheid voor het ontstaan en onderhouden van deze crisis, vanuit eigenbelang en winstbejag. En voor het eerst voor geen Latijnse titel voor een pauselijk manifest, maar heel betekenisvol een in de oud-Umbrische volkstaal van zijn voorbeeld uit Assisi. Dichtbij de mensen dus.

Ik heb tot nu toe weinig opgehad met pausen. Mijn oudste herinnering aan het pausdom gaat terug op het overlijden van Paulus VI, op 6 augustus 1978. Ik was als 17-jarige knaap met mijn vader op reis in Rome en we vernamen het nieuws van zijn dood uit de mond van een luidkeels jammerende buschauffeur die ons die avond van Tivoli opnieuw naar Rome moest brengen. Mijn diepgelovige vader zwaar onder de indruk, maar mij interesseerde toen vooral of we de daarop volgende dagen nog een bezoek zouden kunnen brengen aan de Vaticaanse Musea, en met name aan de Sixtijnse kapel. Wat nog net lukte, weliswaar met de Zwitserse Wacht in rouwtenue aan de deuren.
De begrafenis volgden we thuis op televisie, net als de perikelen van het concilie dat een nieuwe paus zou aanduiden. Met als uitkomst een lachende bompa, die zijn verkiezing amper 33 dagen overleefde, wat achteraf menig complottheorie zou voeden. Na hem de reislustige en polyglotte Pool Karol Wojtyla (“daaank oe voor die bloeeemen”), die onder andere ook België aandeed, wat mij als dienstplichtig soldaat een extra dag verlof opleverde, nadat ik mijn oversten had wijsgemaakt dat ik de openluchtmis in Sint-Denijs-Westrem wou bijwonen. Ik was geen fan van zijn conservatieve Kerk die het vooral op progressieve priesters in arme landen had gemunt. En nog minder van zijn oerconservatieve opvolger Jozef Ratzinger, wiens enige progressieve daad zijn aftreden was in 2013.

En dan dus Franciscus I. Die op twee jaar tijd een toch wel een merkwaardig parcours heeft afgelegd van bescheidenheid, nederigheid en menselijke warmte. Die durft in te gaan tegen de evidente eeuwenoude almacht van de Curie en er niet voor terugdeinst om zich klaar en duidelijk uit te spreken over pijnlijk actuele thema’s als vluchtelingen en materiële hebzucht. Alleen op ethisch vlak mag er nog wel een tand, wat zeg ik, een heel gebit bij gestoken worden. En die dus zich nu dus ook onomwonden engageert voor klimaatactie. Voor het eerst voel ik als kritisch en respectvol erfgenaam van een katholieke traditie zowaar enige empathie en waardering voor een paus als spreekbuis van een instituut dat mij wel heel erg vreemd geworden is. Zijn oprechtheid charmeert en dwingt bewondering af. Zijn authenticiteit en luisterbereidheid mogen een voorbeeld zijn voor al diegenen die met name in het onderwijs een christelijke levenshouding als de allereerste voorwaarde uitschrijven om carrière te mogen en kunnen maken, maar dit zelf amper of helemaal niet in de praktijk brengen. Misschien was hij beter tien jaar eerder aangesteld en hopelijk blijft zijn gezondheid goed genoeg om dit net begonnen werk nog enkele jaren verder te kunnen zetten.

Toen ik tijdens een maaltijd naar aanleiding van het verbreken van de ramadan in de moskee achter mijn tuin over deze encycliek in gesprek raakte met Lokerens deken Dewulf en mijn appreciatie ervoor uitsprak, beloofde hij me de vertaling ervan cadeau te doen. En hij hield woord. Begin oktober kreeg ik het boekje bezorgd, met op de eerste bladzijde een mooie handgeschreven opdracht: “met waardering voor al uw inzet voor wat goed is”. Woorden die ik niet meteen had verwacht en me zeker niet onberoerd lieten. Ik heb het manifest intussen dankbaar en instemmend gelezen en tegelijk ook een ticket richting klimaattop in Parijs geboekt om er op het einde van de maand te gaan betogen voor dwingende acties. Aan dit geloof heeft het me – laudato si’ – alleszins nooit ontbroken.